JLabel is een hip Nederlands fashionmerk dat bewijst dat je met de juiste drive internationaal succesvol kan zijn, ook al ga je tegen de stroom van de wereldwijde kledingindustrie in. JLabel produceert op een transparante, vrouwvriendelijke en eerlijke manier hun kleurrijke designs, die over de hele wereld niet aan te slepen zijn.

In deze nieuwe podcast van Grenzeloos Ondernemen samen met het Dutch Good Growth Fund (DGGF) van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland hoor je Janneke Honings en Judith van der Wolde in gesprek met Folkert Tempelman. Janneke en Judith vertellen hoe ze een juridische carrière opzij zetten, om hun internationale ondernemersdroom waar te maken met JLabel. Enjoy!

jlabel.com
rvo.nl/dggf
RVO gendergelijkheid

Transcriptie JLabel podcast

Janneke: Ik ben Janneke Honings en ik ben medeoprichter van JLabel. En JLabel is voor mij een manier om te uiten wat ik te delen heb met de wereld. 

Folkert: Hoe zit dat met jou, Judith? 

Judith: Nou, hetzelfde. Samen met Janneke proberen wij rechtvaardigheid een creatieve vorm te geven, gevoel voor rechtvaardigheid. En dat uiten we in JLabel. Dus we zijn samen gestart, samen oprichters en eigenaren. 

Folkert: Wat is JLabel precies? 

Judith: JLabel is een damesmode merk.

Janneke: Ja, duurzaam en etisch verantwoord produceert. En dat doen we in ontwikkelingslanden onder andere. Dat doen we daar ook heel bewust. En wij proberen duurzaamheid te combineren met schoonheid van designs. En wij geloven echt dat het ene het ander niet hoeft uit te sluiten, wat wel heel lang zo is geweest. Daar voelen wij een missie en een hele grote drang naar bij te dragen naar meer rechtvaardigheid in de mode industrie. 

Folkert: Waar komt dat gevoel vandaan? 

Judith: Liefde voor mode bij ons beide. Maar toch ook wij voelen de noodzaak om iets bij te dragen aan de wereld. Om een mooiere wereld achter te laten. Dus we zoeken die diepgang in die combinatie van iets moois maken terwijl je iets bijdraagt aan de wereld omdat dat wel kan. Daarin denk ik ook dat JLabel zich onderscheid van andere duurzame merken. Wij proberen heel erg naar buiten te brengen wat wij dan doen. 

Folkert: Dat vind ik wel een goed punt. Want wat is het bestaansrecht van JLabel dan? Want er zijn zoveel andere modebedrijven en modelabels die dat ook doen en willen doen. 

Judith: Ja, en de focus bij ons ligt heel erg op transparantie. Dus wat doen we, wat maakt ons duurzaam. De meeste klanten weten niet hoe een kledingstuk gemaakt wordt, welke processen gaan daar aan vooraf. En wij proberen alles gewoon over te brengen. Dus wie maakt jouw kledingstuk, geef het maar een naam, geef het maar een gezicht. Dat is wat we proberen te doen. Waardoor je wat meer van je kleding gaat houden. In de afgelopen veertig jaar zijn mensen kledingstukken vooral als wegwerp items gaan zien. Denken mensen zelfs dat het uit de machine komt rollen. En dat is niet het geval. Elk kledingstuk wordt ongeveer door twintig mensen gemaakt. En uiteindelijk zijn er zestig mensen met jouw kledingstuk bezig voordat het in jouw kledingkast hangt. En dat proberen wij gewoon in beeld te brengen. Zodat je wat meer liefde gaat voelen voor een kledingstuk, maar ook voor diegene die het heeft gemaakt. 

Janneke: Ja, en ik denk ook wel dat dat veel te maken heeft met onze achtergrond. Want we komen uit de advocatuur, we hebben allebei rechten gestudeerd. En dat zijn we ook gaan doen met een bepaalde behoefte. En daarin zit gewoon echt dat rechtvaardigheidsgevoel. En de modeindustrie is niet rechtvaardig voor het allergrootste gedeelte.

Folkert: Kan je daar een voorbeeld van geven? Waarom is die modewereld niet rechtvaardig?

Janneke: Kijk, aan de kant van de makers dus de industrie wordt het te goedkoop gemaakt. Mensen worden onderbetaald, werken in onveilige werkomstandigheden. Niet eerlijk, terwijl bedrijven in het westen daar rijk van worden. En dat mag eerlijk verdeeld worden.

Folkert: En wat is dan de positieve impact die JLabel maakt?

Judith: Nou, wij produceren op locaties die wij zelf hebben bezocht en hebben geaudit. Bijvoorbeeld de fabriek in India waarmee we samenwerken, zij hechten heel veel waarde aan wat zij achterlaten in de natuur. Dus al het water wat wordt gebruikt, wordt gefilterd, wordt schoongemaakt, de energie komt grotendeels van zonnenpanelen op het dak. De werkomstandigheden zijn heel veilig. De waterinstallaties voor als er brand uitbreekt, vluchtroutes. Alles is daar goed geregeld. Dus dat is voor ons heel belangrijk dat die mensen daar op een veilige werkplek werken en zich daar fijn voelen. Dus dat ze met plezier naar hun werk gaan. En daarnaast dat de impact op het milieu zo minimaal mogelijk is. Het is denk ik onmogelijk om dat helemaal niet te willen. Want mensen hebben altijd kleren nodig. Dus je kan niet alles circulair maken en je impact op het milieu zal altijd iets zijn. Alleen wij proberen dat zo neutraal mogelijk te doen. Dus voor het verschepen zorgen we dat we bomen planten om de co2 uitstoot te neutraliseren. En de fabriek die we hebben geselecteerd en de andere fabrieken waarmee we samenwerken die zorgen dat ze daarin vooruit gaan. Dat ze daarin ook doelstellingen voor zichzelf hebben. En wij proberen hen daarbij te helpen. Door niet het onderste uit de kan te halen voor de prijs. Wat je veel ziet is dat er zo min mogelijk betaald moet worden. Wij laten dat los. Het kost wat het kost en ons business model is daarop gebouwd. Dus we hoeven niet een bestaand business model om te bouwen naar een duurzamere. Maar wij werken zo dus wij zijn niks anders gewend. En bij ons kost een product wat het kost. En als dat het voor jou waard is dan is dat mooi. 

Folkert: Maar kom je dan wel uit de kosten? Is het dan wel rendabel?

Janneke: Dan duurt het langer. Daar heb je meer geduld voor nodig. Maar dat kan zeker. En dat vind ik ook het mooie ervan. Want als wij dat kunnen dan kunnen de grote bedrijven dat helemaal. 

Folkert: Waarom gebeurt dat nog niet?

Janneke: Omdat ze vastzitten in bestaande systemen die op financieel gebied voor ze werken. En dat is belangrijker sowieso voor bestaande bedrijven. Ze hebben dan natuurlijk ook wel een bepaalde verantwoordelijkheid die ze blijkbaar wel voelen naar hun eigen personeel, winkels bijvoorbeeld. Dat merk je heel erg. Maar ik kan me helemaal voorstellen dat omdat de industrie verder van ze afstaat, ook letterlijk in afstand, dat dat maakt dat ze zich daar minder bewust van zijn of minder verantwoordelijk voor voelen. Dat is in ieder geval wat je ziet, wat gewoon blijkt uit de industrie als je ziet hoe die eruit ziet. 

Folkert: Wat is er nodig, Janneke, om dat structureel te veranderen?

Janneke: Vooral heel veel bewustwording en kennis hierover. Daarom is transparantie ook zo belangrijk. Want duurzaamheid en eerlijke productie het zijn geen beschermde termen. Er zijn geen voorwaarden waar je aan moet voldoen voordat je jezelf als bedrijf zo mag noemen. Ik denk dat er genoeg bedrijven zijn die in de veronderstelling zijn dat als ze tien procent duurzame stoffen aan hun collecties toevoegen, dat ze lekker bezig zijn. Terwijl als hen wordt aangereikt op wat voor meer manieren waarop ze duurzaam kunnen produceren, dat er geen onwil is maar gewoon gebrek aan kennis op dit moment. Dus dat is denk ik echt wat nodig is. 

Folkert: Voelen jullie ook een verantwoordelijkheid daarin om die keten anders te maken? 

Daar hebben wij het de laatste tijd wel vaker over dat er steeds meer duurzame bedrijven gaan lokaler produceren. En voor de obvious reasons dat dichterbij, kost minder van het milieu. Maar tegelijkertijd, we hebben afgelopen vijftig jaar een enorme kledingindustrie uit de grond gestampt in dit soort landen. En die mensen laat je daar wel mee zitten vervolgens. Want er werken echt miljoenen en miljoenen mensen. Op het moment dat wij nu zeggen wij hebben jullie niet meer nodig, we gaan het dichtbij huis halen, dan laat je ze zitten. En daar voel ik inderdaad echt wel wat voor en bij. 

Folkert: Mee eens, Judith?

Judith: Ja, absoluut. Kijk, en daar komt nog iets bij kijken. En dat is waar komen je stoffen vandaan. Onze stoffen die uit India komen, de viscose stoffen, die produceren we vlakbij in India. En dan verschepen we ze naar Nederland. De stoffen die uit Turkije komen, in Turkije maken we daar kledingstukken van en dan komt het naar Nederland. De wol die uit Italië komt, wordt in Italië gemaakt tot truien. Voor ons is dat een betere manier dan alles zo dichtbij mogelijk, lokaal mogelijk te produceren. Want die mensen, die ontwikkelingslanden, die kunnen niet ineens iets anders doen. Die hebben zich zo gekwalificeerd in die producten maken die wij als westerlingen graag dragen. Dat is toch mooi dat je daar wat kan brengen en dat zij daar wat uithalen. En dat je daarmee die economie stimuleert. Die is voor veertien procent daarop gericht, bijvoorbeeld in India. Voor ons is het heel belangrijk dat wij die mensen daar laten doen waar ze goed in zijn en dat wij daar plezier uithalen maar wij ook. 

Folkert: Hoe vind je eigenlijk zo een verantwoorde fabriek?

Judith: Ja, heel veel Googlen. Maanden lang Googlen. En uiteindelijk wat we hebben gedaan, we hebben een grote selectie gemaakt van fabrieken die we konden vinden. India telt 40.000 kledingfabrieken. Dus wij maakten al een selectie om te kijken wat voor certificaten verlangen wij van een fabriek. 

Folkert: Noem er eens een paar.  

Judith: Nou, GOTS Katoen is een belangrijke. SA8000.

Folkert: Dat zijn termen die ken ik niet. Dat moet je even uitleggen.

Judith: Ja, dat begrijp ik. Nou, GOTS Katoen dat is denk ik nummer 1 standaard in biologische katoen wordt gehanteerd. En dat label wil je aan je kleding mogen hangen. Dan verlangt dat een aantal dingen van een merk. Dus je kan ook als merk gecertificeerd worden maar ook je fabriek kan gecertificeerd worden. En als die fabriek gecertificeerd is dan mag je erop vertrouwen, eigenlijk moet ik dat iets voorzichtiger zeggen. Want alle certificaten zijn te koop, maar als een fabriek audit rapporten kan laten zien dan kan je dus zien: voldoet de fabriek aan de eisen die worden gesteld door, in dit geval, GOTS. En dat zegt dan dat je minimum wage moet betalen, dat zoveel uren werken. Dus dat zegt iets over de werkomstandigheden. En

Janneke: Ja, het is al iets in de richting naar de zoektocht voor een goede fabriek. En SA8000 dat het doel op veilige en goede werkomstandigheden. 

Judith: Maar goed, als je ze eenmaal hebt geselecteerd. Wij zijn vervolgens langs gegaan bij vijf. En we zijn ook een sample proces opgestart. Kunnen zij maken wat wij graag willen maken. En daar leer je natuurlijk een hele hoop uit. Als wij onze wensen neerleggen en zij komen met een product waarvan wij denken oei dat ligt wel heel ver af van wat wij hebben bedoeld. Dan weet je ook dat de communicatie heel erg moeilijk gaat verlopen. Dus daarmee vallen er al een hele hoop af. En we zijn uiteindelijk naar India gegaan en hebben we vijf fabrieken bezocht. En hebben we zelf gekeken wat we daarvan vonden. Want een fabriek met alle certificaten, weten wij inmiddels, dat zegt nog niet per se iets over het gevoel wat jij daarbij hebt. 

Folkert: En daar is ook de documentaire over gemaakt. Jullie zoektocht, bijna een jaar geleden, is vastgelegd in de documentaire ‘Taking Justice’ van Chanel Trapman in India. 

Janneke: Ja, klopt. Eigenlijk kom ik dan terug bij dat punt dat ik net noemde. Dat wij zeggen als merk: wij zijn duurzaam en eerlijk. Maar wat betekent dat nou eigenlijk? En dat wilden we onze klanten eigenlijk laten zien wat dat voor ons betekent. En dan moet je daar naartoe. Want heel eerlijk gezegd, de eerste keer dat ik in India was en die fabrieken bezocht, ik was in shock. Ik dacht als dit ethisch en eerlijk verantwoord is, hoe ziet de rest er dan uit? Terwijl nu werken we dan samen met een hele fijne fabriek en daar klopt het allemaal. Maar de andere vier wilden wij echt niet produceren. Terwijl ze hadden alle juiste certificaten. Dus dat zegt heel veel. 

Folkert: Ja, die documentaire ‘Taking Justice’ is vorig jaar ook publiek gemaakt op een speciale dag, Fashion Revolution Day. En dat is een dag, kan een van jullie dat een beetje toelichten, die in het leven is geroepen na de instorting van die kledingfabriek in Bangladesh. Hoe groot was de impact van dat incident op de fashion industrie? 

Judith: Nou, daarmee kwam eigenlijk aan het licht hoe verkeerd de industrie in elkaar zit.

Janneke: Het maakte dat we er niet meer voor konden wegkijken met z’n allen. Want het is echt verschrikkelijk dat er zo’n ramp voor nodig is. Maar het is iets wat daar elke dag gebeurd, de ramp niet natuurlijk, maar de arbeidsomstandigheden waardoor dat is ontstaan. En dat maakte dat we daar gewoon niet langer voor konden wegkijken. Dus het is een hele mooie reden en uitgangspunt geweest afgelopen tien jaar om dit aan te pakken. 

Judith: En om verbeteringen te willen in die hele industrie. Want die industrie is zo vervuild geraakt om dat te veranderen is heel veel wil voor nodig. Maar ook je moet doelstellingen stellen om het te veranderen. Want mensen die gewend zijn om tien euro uit te geven aan een broek, die gaan niet ineens 150 euro neerleggen zonder dat ze zien waarvoor dat dan is. En dat kenbaar maken. 

Folkert: Dus je moet het laten zien.

Judith: Ja, dat is de reden waarom wij dat zijn gaan doen. Wat zit daar achter? Welke mensen zitten daar achter? Waar betaal je dan eigenlijk voor?

Folkert: En nu gebeurt dat steeds meer, gelukkig. Hoe doen jullie dat anders dan de rest? En dan heb ik het niet over de grote modeketens die we allemaal kennen maar juist de kleinere bedrijven misschien die ook in hetzelfde vaarwater zitten als jullie. 

Judith: Nou, ik denk dat wij als je kijkt naar onze designs onderscheiden wij ons niet heel erg van de conventionele merken, om het zo te noemen. We hebben en brengen veel kleurrijke prints en modekleuren ook echt wel. 

Folkert: Nog even tussendoor want daar hebben we het niet eens over gehad. Maar hoe zouden jullie je stijl typeren? Ik heb het gezien online.

Judith: Heel vrouwelijk.

Janneke: Ja, kleurrijk. We gebruiken veel levendige prints. 

Judith: Het is de bedoeling om dat als je het draagt dat je je mooi voelt en dat je je krachtig voelt. 

Folkert: Ja, mijn vriendin was ook meteen verkocht toen ze het zag.

Judith: Oh ja? 

Janneke: Wat leuk om te horen!

Folkert: Klantje erbij. 

Janneke: Wat leuk!

Folkert: Maar dat is jullie stijl en hoe doen jullie het dan anders dan de rest? 

Judith: Nou, wij maken geen geheim van wat we doen. Het is natuurlijk als je een hele lange zoektocht hebt gedaan naar een goede fabriek. Dan wil je niet dat is eigenlijk je geheime recept, als je dat weggeeft dan kan iedereen daar zomaar heen zonder dat die die moeite hoeft te doen. Alleen wij vinden dat niet erg. Want dat zou betekenen dat onze fabriek klandizie krijgt en dat meer mensen meer merken op die manier gaan produceren zoals wij dat doen. En dat is uiteindelijk wat we willen. En je onderscheid je wel door je designs. Dus wat wij anders doen is wij brengen in kaart en we maken verhalen over hoe we produceren, wat we belangrijk vinden, welke verhalen er achter een kledingstuk schuil gaan. 

Folkert: Ik wil het graag hebben over de sustainable development goals, de SDG’s. Dat is een groot ding, natuurlijk. Hoe spelen die een rol bij JLabel, Janneke?

Janneke: Nou, wel grappig. Laatst hadden wij het daar al over. En wij merken wij zijn daar eigenlijk helemaal niet heel bewust mee bezig. Dus we gebruiken het niet als een leidraad om onze onderneming te leiden. Maar op het moment dat we ze gingen bekijken kwamen we er wel achter dat we tien of elf, ik weet niet meer precies, van die goals wel onderdeel zijn van ons bedrijfs DNA, om het zo maar te zeggen. En dat is voor ons meer vanzelfsprekendheid. 

Folkert: Wat bedoel je daarmee: onderdeel van ons bedrijfs DNA?

Janneke: Nou, we zijn dit bedrijf begonnen. En het begon bij het moet duurzaam zijn, ethisch verantwoord en mooi. En die drie dingen gaan bij ons nooit los van elkaar. Die gaan altijd met elkaar samen. En dat maakt dat je eigenlijk al gedwongen bent om in alle keuzes die je maakt vanaf dan, rekening moet houden met dit soort goals.

Folkert: Dus het was eigenlijk al logisch dat dat een rol zou spelen?

Janneke: Ja, echt een vanzelfsprekendheid. 

Folkert: Zonder die goals geen JLabel?

Janneke en Judith: Nee. 

Judith: Absoluut niet. 

Folkert: Tegelijkertijd!

Janneke: Dan is het echt waar.

Folkert: Het is echt waar, inderdaad. En een belangrijke sustainable development goal is nummer vijf, dat is gendergelijkheid. Wat betekent gendergelijkheid voor JLabel?

Judith: Nou, dat vrouwen in dit geval dezelfde kans krijgen als mannen. Als je kijkt naar India dan is het niet vanzelfsprekend dat vrouwen werken. De reden waarom wij produceren in de fabriek waar we nu produceren is om meer gelegen in het feit dat daar in de hele bedrijfslijn vrouwen werken. Dus vrouwen op de werkvloer maar ook in het management. Ik denk dat ik ook voor Janneke spreek als ik zeg dat wij zelf persoonlijk ook wel ons soms achtergesteld voelden als vrouw. 

Folkert: Kan je daar een kort voorbeeld van geven?

Judith: Nou, in Nederland verdien je nog steeds minder als vrouw en als je graag moeder wilt worden en graag een carrière wilt, dat wringt vaak wel. En overal in de wereld is dat gewoon nog steeds heel merkbaar. En dat zou niet zo moeten zijn, zijn wij van mening. Dus wat wij proberen te doen is kiezen voor producenten die waarde hechten aan vrouwen in de hele linie. En dat doen we eigenlijk ook in Turkije. En niet per se alleen met uitsluiting van mannen, hoor. Want dat is ook prima, dat mannen daar ook werken. Maar we proberen wel heel bewust niet te kiezen voor bedrijven waarin alleen maar mannen werken. 

Folkert: Hoe zie je dat dan? Moet je dan praten met de mensen daar of is daar ook een certificaat voor, bijvoorbeeld?

Judith: Nou, toevallig in onze fabriek is wel onderscheiding van de overheid vanwege women empowerment. Die is ook opgericht door een vrouw, die fabriek waar wij produceren. In een tijd waarin dat heel bijzonder was. En eigenlijk is dat nog steeds wel heel bijzonder. 

Janneke: Ja, en het was een onderdeel wat de doorslag gaf voor ons om met die fabriek samen te gaan werken. Zij geven daar intern ook opleidingen aan kansarme vrouwen, het klinkt altijd zo sneu. Maar het is juist prachtig. Want vrouwen krijgen daar betaald hun opleiding om vervolgens dus financieel afhankelijk te kunnen zijn van hun man of van hun gezin. En met een baan hun eigen inkomen te genereren. En dat maakt ook dat een fabriek daarvoor een certificaat heeft of een award, noemen ze het, van de overheid voor women empowerment. Dat heeft onszelf ook zo erg geïnspireerd. Want op deze manier kan je zo direct impact maken, op dit vlak. Dat we al onze volgende productielocaties daar ook op selecteren. Dat we echt bewust rekening wordt gehouden met gelijke kansen voor vrouwen. 

Folkert: Kan je een paar voorbeelden geven van hoe vrouwen wereldwijd achterblijven bij mannen? Ik zal je een voorzetje geven, ik heb even opgezocht. Vrouwen zijn vaker slachtoffer van geweld, vrouwen krijgen minder betaald voor hetzelfde werk, je zei het al. Vrouwen werken vaker voor de informele sector en vrouwen hebben vaker te maken met slechtere arbeidsomstandigheden. Klopt dat, herken jij dat?

Janneke: Ja, want als ik zou zeggen van niet dan lees ik een heleboel verhalen daarover niet en zou ik mijn ogen sluiten voor wat echt aan de orde is. En wij in het westen hebben natuurlijk ontzettend veel privileges als vrouwen. En onze problemen gaan vervolgens wel over dingen die we zelf op kunnen eisen. Wel op het moment dat je beseft dat je eigenlijk meer zou willen dan wat je krijgt. En in landen waar wij produceren en bijvoorbeeld in India, hebben die vrouwen überhaupt geen keus. 

Folkert: Kan je eens beschrijven hoe dat eruit ziet, wat moeten we ons daarbij voorstellen? 

Janneke: Ja, ik kan me dat dus heel lastig voorstellen omdat we zoveel privileges hebben hier. 

Folkert: Maar je bent er geweest. 

Janneke: Kijk, het feit wat onze fabriek biedt. Kijk, wij werken daar samen met een goede fabriek dus het is daar niet aan de orde. Maar het feit dat ze benoemen dat ze trots zijn op dat vrouwen maandverband krijgen op het moment dat ze ongesteld zijn, op het moment dat ze dat tegen ons zeggen denk ik jeetje dat is dus niet gebruikelijk. En dat maakt dat een vrouw anders die week per maand niet kan werken of niet mag werken. Dat zijn voorbeelden. Of het feit dat het nodig is om vrouwen op te leiden en vervolgens te kunnen werken. Dat geeft aan dat het niet gebruikelijk is. En dat zegt genoeg. 

Judith: Ja, er zijn nog steeds heel veel vrouwen die gewoon worden uitgehuwelijkt. Die gaan bij hun schoonfamilie wonen. En hoe arm of rijk ze ook zijn, je doet het met wat je hebt. En je werkt niet als vrouw. Dat is nog steeds meer regel dan uitzondering. En dat willen heel veel Indiase vrouwen niet en die beginnen zich daartegen te verzetten en die willen wel werken en die willen onafhankelijk zijn. Die willen ook iets bijdragen in het gezin en niet alleen op die manier. Maar het is natuurlijk ook gewoon heel saai als je de hele dag, niet ten nadele van de schoonouders maar, de hele dag binnen zit bij je schoonouders, zorgen voor je kinderen, zorgen voor de schoonouders. Dat is wel eigenlijk het leven wat van ze verwacht wordt van heel veel vrouwen. En dat veranderd niet. En dat moet ook veranderen. Want zij mogen ook hun stemmen hebben en ook kiezen voor wat ze willen doen. 

Folkert: De Nederlandse overheid heeft een themamaand rondom gendergelijkheid. Hoe draagt zo’n initiatief bij denk je om de economische positie van vrouwen te versterken.

Janneke: Ja, omdat alles draait om bewustwording en het delen van kennis hierover en de aandacht vragen voor zulke thema’s. Dat maakt dat mensen er over moeten gaan nadenken. Dus dat is heel belangrijk want dat is waar het begint. En wij consumeren natuurlijk enorm hier in het westen. En als wij onze aankopen gaan gebruiken als stem voor een betere wereld, dus heel bewust bedrijven selecteren die daar rekening mee houden, dan maak je best wel op die manier een grote impact, ook als consument.

Folkert: Ja, het heeft wel nut zoiets?

Janneke: Ja, daar ben ik van overtuigd. 

Folkert: Jij ook?

Judith: Ja, je denkt als consument vaak “mijn stem is een druppel op een gloeiende plaat”, maar dat is niet zo. Juist is het toegankelijk voor iedereen om een hele bewuste keuze te maken. En daarmee verander je juist een hele hoop als je begint bij de kleine dingen. Dus elke aankoop, bijvoorbeeld. 

Folkert: Hoe zouden jullie andere ondernemers hiermee kunnen helpen? Of hoe doen jullie dat misschien al? 

Janneke: Nou, ik denk dat het heel goed is om hulp te durven vragen hierin en begeleiding te vragen. Want op het moment dat je weet dat dingen anders moeten maar je weet niet hoe dan zijn er mensen die daarmee kunnen helpen. En ook daar transparant over zijn. Misschien ook wel nog meer over struggles

Folkert: Dus eigenlijk gewoon je verhalen delen daarover. En je ervaring delen daarover. 

Janneke: Ja, platforms voor creëren. 

Folkert: Doen jullie dat ook? 

Janneke: Nou, we hebben dus heel bewust die documentaire gemaakt. Aan de ene kant om de kant van onze klanten duidelijk te maken op wat voor manier zijn wij bezig om duurzaam en eerlijk te produceren. Maar tegelijkertijd dat we begrepen dat de meeste merken zo discreet zijn over hun productieproces omdat ze dat met zoveel pijn en moeite hebben moeten bewerkstelligen. Dat ze dat vervolgens moeilijk vinden om te delen, zoals Judith net al aangaf. Terwijl dat nodig is om dit hele systeem te doorbreken. Nu bestaat de hele winkelstraat ook uit tientallen fastfashion modeketens die naast elkaar kunnen bestaan. Dan is daar ook ruimte voor binnen dit duurzame verhaal. 

Folkert: Er komt trouwens een nieuwe documentaire aan, hé. Die kunnen we alvast even pitchen in de podcast. Wat kan je daarover vertellen?

Judith: Nou, het uitgangspunt daarvan is women empowerment in die documentaire. Die documentaire is eigenlijk een toevoeging of een vervolg op ‘Taking Justice’. Dat gaat over de vrouwen achter JLabel. Over Janneke en mij maar vooral ook over de vrouwen die onze spullen maken. Die willen we graag in de spotlight zetten. Zodat je je als vrouw verbonden voelt met degene die jouw kledingstuk heeft gemaakt. Onze kledingstukken dragen ook de namen van de maaksters. En onze maaksters zijn heel erg trots om te zien wat wij met die spullen doen. Dat zij dat terug kunnen zien op bijvoorbeeld Instagram. Daar zijn ze heel erg trots op wat ze hebben gemaakt. 

Folkert: Ja, ik wil nu al graag foto’s en filmpjes zien van de dames die hun kleding dan zo groot zien langskomen inderdaad. Tof! Past ook inderdaad helemaal bij Internationale Vrouwendag, eerder deze week. Want we nemen deze podcast halverwege maart op. En bij de hele maand, het themamaand natuurlijk. Iets heel anders, jullie ondernemersverhaal. Hoe ben je begonnen?

Judith: Nou, eigenlijk begon het toen wij allebei zwanger waren. Ik van mijn eerste kindje en Janneke van haar tweede kindje. En wij filosofeerden over wat voor wereld willen we achterlaten voor onze kinderen en hoe gaaf zou het zijn als we toch ooit iets zouden kunnen ondernemen. Dan zouden we een duurzame kledingmerk oprichten. En toen kwam het moment dat ik met mijn gezin vertrok naar Indonesië, naar Jakarta, waar wij elkaar inmiddels twaalf, dertien jaar geleden hebben ontmoet. 

Folkert: Jullie kenden elkaar al. Jullie waren al vriendinnen.

Judith: Ja, wij waren vriendinnen. En wij hebben elkaar ontmoet in Jakarta. Toen we samen op reis waren in Indonesie. En toen bleken we allebei rechten te studeren in Groningen en hemelsbreed 200 meter van elkaar vandaan te wonen. 

Folkert: Allebei inderdaad een juridische achtergrond. Jij bent advocaat gewoon, hé?

Judith: Ja. 

Folkert: En jij bent jurist?

Janneke: Jurist, ja. Voor mensenrechten. 

Folkert: En jullie komen elkaar helemaal in Jakarta tegen terwijl jullie een steenworp van elkaar af wonen in Groningen. 

Judith: Ja, en daar is een vriendschap ontstaan. En we zijn niet voor niets rechten gaan studeren. Wij staan voor rechtvaardigheid. En wij vonden dat natuurlijk in ons werk in de advocatuur. Alleen het verlangen om te ondernemen en ook het verlangen om vrijheid te hebben in de keuzes en de beslissingen die je maakt, die was heel erg groot. En de liefde voor mode was ook heel groot. En toen met mijn vertrek naar Indonesië, een textielland, hebben we eigenlijk allebei onze baan opgezegd en zijn we er gewoon voor gegaan. 

Folkert: En dat kon? Dat was het moment om die stap te zetten.

Judith: Ja, want wanneer anders? Een perfect moment bestaat waarschijnlijk niet. Dus je moet gewoon op den duur in het diepe springen en durven. 

Janneke: We zeiden heel vaak tegen elkaar van als we tachtig zijn kunnen we nooit zeggen dat we het niet hebben geprobeerd. Dat moesten we heel vaak herhalen voor onszelf, natuurlijk was het heus spannend en geef je ook iets heel moois op. Want we hadden gewoon hele leuke banen en leuk werk. Maar toch trok er iets. Dus hebben we die droom een kans gegeven.

Folkert: Hoe ging dat? Hoe hebben jullie JLabel van de grond gekregen in die begindagen?

Judith: Trekken, sleuren, trekken, sleuren. 

Janneke: We waren heel naïef. Het bloed kan ik me niet herinneren, maar de zweet en tranen zeker. Maar tegelijkertijd met een hele grote drive om het tot een succes te maken en zelf te mogen bepalen wat succes voor ons is. En we zijn begonnen ook met produceren in Indonesië omdat dat dichtbij Judith haar verblijf was daar. Maar uiteindelijk kwamen we erachter dat er andere landen zijn die beter aansluiten bij de stijlen en de designs die we willen maken. 

Folkert: Zoals India? 

Janneke: Precies, zoals India. En dat is ook het punt geweest dat we vertaalslag hebben gemaakt en een professionaliseringsslag, op het moment dat we wisten zo gaat het niet werken en groeien. We moeten wat anders. Toen kwamen we bij RVO terecht. En we hebben ze daar toen wat vragen over gesteld en dat was eigenlijk heel leuk. Toen kregen we een mail terug van wie zijn jullie eigenlijk, we kennen jullie nog niet, weten jullie ook wel dat we hier voor financiering hebben en subsidies geven en zullen we een keer met elkaar praten? 

Folkert: Dat is inderdaad een belangrijke vraag. Hoe kom je aan het geld. Jullie zijn met eigen geld begonnen.

Janneke: Ja, met ons spaargeld.

Folkert: Met jullie eigen spaargeld, inderdaad. Maar jij zegt ik heb het RVO gemaild. Hoe kom je dan met zo’n organisatie in contact? 

Janneke: Ja, eigenlijk door vragen over invoerrechten. Omdat we daar meer over wilden weten. En in het kader van professionaliseren dachten we daar zitten experts, en dat was ook zo. En echt binnen dezelfde dag werd die mail geforward binnen hun instantie naar een aantal juiste personen daarvoor. En zo kwamen we met elkaar in contact en zijn we gaan praten over onze wensen en dromen. En zij over wat zij daarin kunnen doen om te ondersteunen. 

Folkert: Dus helemaal niet met opzet op zoek naar groeikapitaal. 

Nee, want we hadden zelf wel het geduld in principe om het natuurlijk en organisch te laten groeien. Maar op het moment dat zo’n instantie tegen je zegt we geloven in jullie plan en ga het maar doen, we kunnen helpen met financieren. Ja, dat geeft zo’n vertrouwensboost, dat je denkt dan gaan we het grote laten groeien.

Folkert: En wat hebben jullie met die hulp kunnen doen?

Judith: Met die hulp hebben we een reis door India kunnen maken om fabrieken te selecteren. Met behulp van een expert die we hebben ingevlogen uit Nederland, José Koopmans, die wij ook via RVO hebben leren kennen. En zij heeft meegekeken hoe wij professioneler konden gaan werken en samen gingen werken met onze productielocaties. 

Folkert: Wat was de grootste eye opener die je toen hebt gehad? Dat je dacht zo moet ik het dus doen. 

Judith: Zelf kijken, gewoon echt zelf in die fabriek staan op de werkvloer, kijken. Dat vond ik gewoon praktisch. 

Janneke: Ja, voor mij ook.

Judith: Hoe kijken de mensen? Kijken ze blij uit hun ogen of eigenlijk niet. 

Janneke: Ja, en voor mij ook. Hoe belangrijk het is en hoe goed het ook is om een persoonlijke band op te bouwen met de mensen waarmee je zaken doet. Want dat maakt dat er een gunfactor is over en weer. En het is uiteindelijk gewoon mensenwerk dus waarom maken we dat zo zakelijk. Waarom dat niet persoonlijker maken en we hebben echt heel veel aan elkaar. En dat kan alleen als je elkaar af en toe een keer ziet. 

Folkert: Hoe hebben jullie sinds die groeifinanciering, Judith, stappen kunnen zetten. Want jullie hebben dus die reis kunnen maken en het daar echt zelf kunnen zien. Hoe zijn jullie gegroeid daardoor?

Judith: We hebben een stap gemaakt van een kleine webshop naar een make to order bedrijf. Dus wat we nu doen, wij verkopen onze collecties een jaar vooruit, half jaar vooruit, aan winkels ook en via de webshop. 

Folkert: 21 winkels in Nederland, klopt dat? 

Judith: 30 winkels. 

Folkert: Ondertussen zijn dat er al 30. En in hoeveel landen?

Judith: Zes bij elkaar.

Folkert: Waar zitten jullie ongeveer?

Judith: Duitsland, België, Nederland, Zwitserland, ook eentje in de UK, in Londen en in Californië ook een. 

Folkert: En het is allemaal wel lang van tevoren uitverkocht, geloof ik?

Judith: Nou, de webshop gaat inderdaad wel heel hard. Het lastige op dit punt is dat je alles moet voorfinancieren. Dus als je groeit, dan is die voorfinanciering, dan heb je telkens te maken met een gat in je financiering. Want het wordt pas terug betaald als je het zelf verkoopt. Maar dan heb je het allemaal al betaald. En het gaat gewoon heel goed, het gaat hard. Het slaat aan kennelijk.

Folkert: En wat voor impact heeft corona gehad op jullie business?

Judith: Nou, het effect daarvan is dat we bijvoorbeeld samen werkten met een aantal ateliers die gesloten zijn. Waarvan we de producten dus niet hebben gekregen of niet op tijd hebben gekregen voor de verkoop. Dat is heel jammer want dat komt tekort in je collectie beeld. Maar daar doe je niks aan. 

Folkert: En die ateliers zijn gesloten door corona? 

Judith: Nee, als er ziekte uitbreekt binnen een atelier dan sluiten ze. En door corona sluiten ze dan vaak een maand. Maar een maand dicht betekent geen samples. Dus niks om te verkopen. Dus die stuks ontbreken gewoon in onze collectie nu. Dus dat hebben we gemerkt. En ook vertragingen hebben we gemerkt. Want de vorige winter collectie werd twee maanden later uitgeleverd dan wij hadden gehoopt. En daarnaast nu momenteel ondervinden we in Nederland en België dat de winkels dicht zijn. Er zijn dus nog heel veel winkels met allemaal winterkleding, wat niet verkocht gaat worden. Omdat de winkels gaan waarschijnlijk, hopelijk straks weer open en dan zijn mensen toe aan zomerkleding. En wat moeten die winkeliers doen met winterkleding. Nu werken we vooral samen met winkeliers met een duurzame mindset. Dus die gaan die kleding niet vernietigen.

Folkert: Dat gebeurt heel veel natuurlijk. Dat is dan goedkoper dan een ander plekje geven. 

Judith: Ja, want wat moet je met die kleding gaan doen. Dus misschien dat ze zullen proberen om het met 70 procent korting nog te verkopen en zoveel mogelijk kwijt te raken. Dus wat we daarin merken is dat ze veel minder inkopen dan wij hadden gehoopt. En tegelijkertijd willen we ook niet op een negatieve manier bijdragen, natuurlijk aan het vernietigen van de collecties die er nog hangen. Dus wij merken dat wel in onze verkoop.

Folkert: Dat merken jullie allemaal. Janneke, merken jullie dat ook in de geldstromen? Kunnen jullie het hoofd boven water houden ondanks corona?

Janneke: Ja, dat lukt. We moeten een switch maken in de groei mindset, daar hebben we wat meer geduld voor nodig. En het kan ook meevallen en we staan iedere keer te kijken hoe hard de webshops sales groeit. En dat staat daar tegenover voor ons. En dat is natuurlijk niet eerlijk naar retailers toe. Alhoewel zij ook stuk voor stuk een digitale platform aan het ontwikkelen zijn. Dus er staat ook wel wat tegenover. En ik heb ook wel hoop dat zo’n tijd als nu met corona, mensen ook bewuster maakt en op een andere manier laat nadenken. En dat er daardoor juist in de markt meer ruimte ontstaat voor duurzame, initiatieven bedrijven en producten.

Folkert: Janneke, wat is de grootste business fuck up die jij ooit hebt gemaakt?

Janneke: Nou, het is niet echt een voorval maar iets wat we ook fout blijven doen, eigenlijk. Wat we nog steeds niet hebben geleerd. En dat is onszelf begrenzen. Wij werken minstens 40, vaak 60, soms wel 80 uur per week. We hebben allebei een jong gezin en er blijft geen tijd voor jezelf over. Maar die drive is zo groot en we willen zo graag. We zijn onze eigen baas, we zijn de strengste baas voor onszelf. En dat vinden wij gewoon heel erg lastig. Maar tegelijkertijd weten we ook dat soms even gas terug en ruimte en rust ervoor zorgt dat jouw creativiteit gaat stromen. En we weten wel hoe hard dat nodig is maar we vinden dat zo lastig. En we zeggen iedere keer weer achteraf na een periode dat dit de volgende keer echt anders moet en iets rustiger.

Folkert: Wat heb je ervan geleerd dan, Judith?

Judith: We moeten daarvan leren. Dat je niet alles kan blijven controleren. Eigenlijk een bedrijf runnen zoals wij dat doen, de hele dag brandjes blussen, oplossingen bedenken voor de problemen die je tegenkomt, dat is een constante factor. Dus als je verwacht dat de dingen in een keer goed gaan, dan gaat het heel erg tegenvallen en wordt het zwaar. Dus die verwachting is er al niet meer, daar hebben we van geleerd. Dat hoort erbij. En de dingen worden makkelijker als je wat langer met dezelfde mensen samenwerkt. En soms moet je het gewoon opgeven met een partij. Als je twee keer een collectie hebt geprobeerd of een aantal items hebt geprobeerd te maken en het lukt niet, dan moet je het opgeven.

Folkert: Jullie zijn bezig sinds de zomer van 2018, in juli 2018. Jullie zijn actief in meerdere landen, je noemde ze net al allemaal op. Meer dan 30 winkels in Nederland. Wat zijn je drie belangrijkste business tips voor de internationale ondernemers die zitten te luisteren? Wat wil je hen vooral meegeven?

Judith: Nou, ik denk allereerst gewoon doorgaan. Als je maar in jezelf gelooft, dus blijf heel authentiek daarin en sta voor wie je bent en wat je wilt en geloof daarin. Maar gewoon doorgaan ook als je denkt dat het niet meer goed gaat komen. Als alles tegenzit dan komt er een moment dat het wel goed gaat. Focus op kleine stapjes vooruit, als je die maar blijft maken dan op den duur merk je dat je een hele hoop stapjes vooruit hebt gezet.

Folkert: Oké, dus dat is de eerste. Vooral doorgaan met babysteps. Wat is de tweede, Janneke?

Janneke: Nou, ik denk wat voor mezelf ook een hele mooie tip was: laat perfectionisme los. Want perfectionisme verlamd en dat maakt dat je blijft wachten op dat iets perfect is en door ontwikkeld. En dat zorgt ervoor dat je niet van de grond komt en dat je niet van start kan gaan met bijvoorbeeld een nieuwe ontwikkeling of een nieuw product. Dus gewoon daar in die babysteps, stapje voor stapje, vooruit en het hoeft niet gelijk perfect te zijn. 

Folkert: De derde. 

Judith: Wat ik heel mooi vond wat eerder nog niet aan bod kwam, is dat als je onderneemt in ontwikkelingslanden dan is het heel belangrijk dat je van tevoren goed uitzoekt of de culturele van zo’n land aansluiten op jouw wensen. Wij hebben bijvoorbeeld in Indonesië verkeerde verwachtingen gehad. En in India vinden we dat beter. Dus daarin goed kijken wat kom je brengen en wat breng je hen en wat wil je daar halen. Dat moet goed aansluiten, dat is heel belangrijk.

Folkert: Dan de toekomst. Waar staan jullie over vijf jaar, Janneke? 

Janneke: Ja, goede vraag. Wij zijn daar eigenlijk heel weinig mee bezig. Dat komt omdat er zoveel werkzaamheden zijn die ons in het nu houden. Maar het eerste wat in mij opkomt is dat ik hoop dat we kunnen blijven doen wat we nu doen. En dat we per collectie meer impact kunnen maken, meer positieve impact op de wereld om ons heen. Want die groeit natuurlijk op het moment dat ons merk groeit. Dus ik hoop dat we mogen blijven doen wat we doen en dat het mag groeien. 

Folkert: Hoe ga je dat bereiken dan? 

Judith: Nou, gewoon steeds meer produceren. Dus grotere collecties, meer items, meer winkels, meer afnemers. Want hoe groter je als merk bent, hoe grotere impact je op je productielocaties hebt. En dan kun je ook echt gaan kijken wat willen wij dat er in jullie fabriek nog meer veranderd. Als je daar groot genoeg voor bent dan gaan ze met je mee en dan kan je ze daarin heel erg mee helpen en steunen. Dat is een grote wens van ons. Want dan maak je niet op individueel niveau een verschil maar echt op grotere schaal een verschil. Daarvoor moet je gewoon groter worden. En voor ons persoonlijk is het ook als je kijkt naar wat makkelijker wordt als wij groter worden, bijvoorbeeld de toegang tot stoffen. De minimum afname is nog heel vaak tien kilometer per stof en dat is heel veel. 

Folkert: Dat is heel veel. 

Judith: Ja, dat is heel erg veel. Dus daarvoor moet je heel groot zijn wil je dat kunnen doen. 

Folkert: Hoe groot is groot?

Judith: Als ik nu zou moeten zeggen wat er in me opkomt dan zou ik het fijn vinden dat we in ieder geval naar de 200 winkels gaan. En dan vergelijkbaar verkopen in onze webshop. 

Folkert: Ik vind het zo mooi terwijl je dat antwoord geeft, kijk je de hele tijd naar Janneke. 

Janneke: Ja, I’m with you. We gaan het samen doen. 

Folkert: Maar ben jij het ermee eens?

Janneke: Ja, ik ben het er mee eens. En ik denk wat daarvoor nodig is bij ons allebei, is het durven nemen van risico’s daarin. Want als je wilt opschalen moet je risico’s nemen.

Judith: Dat is nog wel een goede tip. Want wat wij heel lang wel hebben geprobeerd is, wij vinden het moeilijk om geld uit te geven want je weet niet wat je ervoor terug krijgt. Maar als je het niet doet dan belemmer je jezelf ook. 

Janneke: En dan weet je zeker dat je het niet ervoor terug krijgt. 

Judith: Ja. Dus gewoon ook wel gecalculeerde risico’s durven nemen. 

Folkert: Tot slot, jullie zijn heel succesvol. Actief in meerdere landen, dertig winkels. En een duidelijk beeld over de toekomst hoe je dat wilt veranderen of beter maken. Hoeveel procent van dat succes heb je eigenlijk te danken aan hard werken, intelligentie en doorzettingsvermogen en hoeveel aan geluk?

Judith: 80/20.

Janneke: Grappig. In mijn hoofd kwam 50/50. Dat kan ook per persoon verschillen, natuurlijk. 

Folkert: Leg eens uit, Janneke. 

Janneke: Nou, omdat het een niet zonder het andere kan. Want met alleen maar hard werken… Er zijn een heleboel bedrijven die dit hebben opgestart en net zo hard gewerkt hebben als wij, daar ben ik van overtuigd, en die is het niet gelukt. Wij waren soms ook op het juiste moment op de juiste plek, tenminste zo voelt het voor mij. Dus dat is die factor: geluk. En met alleen geluk kom je er ook niet. Want je blijft niet een constante stroom van geluk ervaren of hebben. Dus er moet ook hard voor gewerkt worden. Maar ik ben ook benieuwd naar jouw redenatie. 

Judith: Ja, ik denk dat we het geluk ergens een beetje afdwingen. Wij stoppen niet als het tegenzit. 

Janneke: Ja, dat is waar. 

Judith: En wij hebben zo vaak gedacht we hadden allang kunnen stoppen. Dus ik denk dat je het ergens afdwingt, als je maar doorgaat en doorgaat totdat je dat geluk vindt, dan heb je het denk ik ook grotendeels aan eigen doorzettingsvermogen te danken. Dat dat op veel vlakken mee zit op den duur. 


Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *