Nick Grooss gooide het roer radicaal om. Hij stopte met zijn professionele polo carrière in Argentinië en nam een macademia noten kwekerij over in Zuid Afrika.

Hiermee was Welgelegen Macademia (WelMac) geboren. Een duurzaam macadamia productie- en handelsbedrijf dat veel positieve impact heeft op de lokale mensen en het gebied rondom de kwekerij in Limpopo in Zuid Afrika.

In deze podcast is Nick te gast samen met Investment Manager Barry Brouns van het Dutch Good Growth Fund (DGGF). Je hoort hoe Nick en zijn internationale team uitdagingen overwinnen met behulp van het DGGF en hoe ze samen werken aan een betere toekomst.

We maakten deze podcast samen met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Wil je meer weten over de mogelijkheden van de RVO en het Dutch Good Growth Fund – waar Nic met WelMac tot twee keer toe veel aan heeft gehad in Zuid Afrika – check dan hun site: rvo.nl/dggf.

www.welmac.nl
www.rvo.nl/subsidies-regelingen/dutch-good-growth-fund-dggf
www.rvo.nl/subsidie-en-financieringswijzer/dutch-trade-and-investment-fund-dtif
rvo.nl/onderwerpen/internationaal-ondernemen

Macadamiaboer WelMac investeert in zonnepanelen

In het noordwesten van Zuid-Afrika, liggen de boomgaarden van WelMac BV. 5 jaar geleden kochten Nick en Nicolas Grooss – vader en zoon – een oude macadamiaboerderij met 850 hectare grond in de plattelandsprovincie Limpopo. Inmiddels heeft het bedrijf naam gemaakt als topkweker, boer van kwaliteitsnoten en gewaardeerde werkgever. Door een lening van het Dutch Good Growth Fund (DGGF), uitgevoerd door RVO,  konden zij hun internationale droom verwezenlijken. En nu de coronacrisis.

Het goud onder de noten

De macadamianoot: heerlijk van smaak, hartstikke gezond en er is volop vraag naar. Een goede businesscase dus! Voldoende redenen, zo vonden Nick en Nicolas, om zich te wagen op de macadamiamarkt. Met grote ambities. Want ze wilden een forse productiviteitsslag doorvoeren en tegelijkertijd het productie- en verwerkingsproces tot in de puntjes verduurzamen.

Direct na aankoop van de oude boerderij, lieten ze de bodem van de aangekochte percelen uitvoerig onderzoeken. Zo weten ze precies hoeveel water en bemesting ieder perceel nodig heeft. Met gerichte irrigatie- en bemestingstechnieken leveren ze nu een kwalitatief hoogstaand eindproduct met slechts 35% van de hoeveelheid water die als industriestandaard geldt.

Snelle vuurdoop

In de beginjaren kreeg WelMac het zwaar te verduren. Door extreme droogte viel de eerste oogst tegen. Ook hadden ze soms urenlang geen stroom, als gevolg van een landelijk elektriciteitstekort. Een doorn in het oog, als je net hebt geïnvesteerd in high tech landbouwsystemen. Daarom besloot WelMac in 2019 een lening af te sluiten om te investeren in zonnepanelen.

Een Nederlandse bank kon deze lening niet verstrekken.  De bezittingen van WelMac – die nagenoeg allemaal in Zuid-Afrika staan geregistreerd – konden namelijk niet dienen als onderpand. Daarom deed WelMac een beroep op het DGGF. WelMac is een Nederlands bedrijf dat bijdraagt aan de lokale werkgelegenheid. Ook bekommeren ze zich om de omliggende natuurgebieden. Zodoende kwam Welmac in aanmerking voor een DGGF-lening.

Cashflow en de coronacrisis

De ene uitdaging is nog niet achter de rug en een andere dient zich alweer aan. Door de coronacrisis komt de vraag uit afzetmarkten later op gang dan verwacht. Hierdoor voorziet WelMac een mogelijk tijdelijk liquiditeitstekort voor dit jaar. Daarom is het bedrijf nu in gesprek met DGGF om een uitbreiding te krijgen op de eerdere lening. Nicolas: “Ik ben erg onder de indruk hoe snel DGGF ons hiermee helpt in deze moeilijke tijden”. 

Wilt je – net als WelMac – internationaal ondernemen met impact? Met DGGF financiert RVO, in opdracht van het ministerie van Buitenlandse Zaken, projecten in ontwikkelingslanden en opkomende markten. De RVO adviseurs helpen u graag met vrijblijvend advies op maat. Mail ons: if@rvo.nl.

Transcriptie WelMac podcast

Folkert: Nick en Barry, welkom. Goed dat jullie erbij zijn. 

Barry: Dank je wel, leuk om hier te zijn. 

Folkert: Laten we er meteen induiken. Nick, wat is WelMac voor een bedrijf? Neem ons eens mee, beschrijf eens waar dat is in Zuid-Afrika, Limpopo. 

Nick: WelMac is in de essentie begonnen op Welgevonden, daar komt de naam ook vandaan: WelMac, Welgevonden Macadamia. Onze boerderij die ligt helemaal in het noordoosten van Zuid-Afrika, ongeveer 100 kilometer van de grens van Botswana. Dus je moet je voorstellen dat je dan ongeveer 24 uur onderweg bent van deur tot deur. Het laatste anderhalf uur rij je door de bush van Zuid-Afrika waar de giraffen langs de kant van de weg staan en de apen door de bomen slingeren. Prachtige omgeving, natuur die we in Europa niet meer zo kennen eigenlijk. Dan kom je op onze boerderij waar wij van 850 hectare, dat is echt significant groot. Als je in het midden staat en je kijkt om je heen dan is eigenlijk zo ver je kan zien is Welgevonden. Waar eigenlijk toen we die boerderij kochten een jaar of vijf geleden 60 hectare reeds in productie was van Macadamia. Toen stonden er ook mango’s en lychees en guava’s en andere dingen op. 

Folkert: Dat was in 2016, hé?

Nick: Ja. En ten eerste is het gewoon prachtig om daar te zijn en wat je daar ziet, mooie dingen zoals slangen die in de bomen hangen en het is echt nog- Je zit midden in de bush zoals eigenlijk nog alleen maar in Afrika bestaat. 

Folkert: Echt Afrika Afrika. 

Nick: Ja, echt Afrika. 

Folkert: Je zit er middenin. Waarom ben je daar gaan ondernemen? 

Nick: Nou, het ondernemersbloed zit wel bij ons in de familie. Mijn vader is echt een ondernemer, ook de hele wereld over geweest van Singapore tot Zuid-Amerika zijn we geweest. We hebben nu in Zuid-Afrika eigenlijk is het begonnen kwamen we per toeval kwamen we Macadamia op het spoor. Mijn vader die hoorde van iemand die eigenlijk zijn hele familie kon onderhouden van 10 hectare macadamia’s. Dan gaat bij hem het rekenmachientje lopen en dat is een mooie marge op zo’n product. Ja, een zoektocht op het internet. We zochten naar een boerderij waar ontwikkelingspotentieel was en al wat in productie om je lopende kosten te kunnen dekken. En er waren er eigenlijk maar twee in de wereld te koop. En eentje was in Australië en die ander in Zuid-Afrika. En Australië is natuurlijk veel duurder en veel verder weg. Operationeel is dat gewoon een stuk minder praktisch. Zuid-Afrika is eigenlijk recht naar beneden, dus je zit in dezelfde tijdzone. En het is maar 24 uur reizen. Dus toen zijn we eigenlijk in het vliegtuig gestapt een keer en daar naartoe gegaan om te kijken. Een jaar lang onderhandeld met die vorige eigenaar want zie maar eens het met een boer eens te worden over de prijs van zijn land. Dat is een van de moeilijkste dingen die er zijn. En toen na een jaar zijn we daar uitgekomen en hebben we die boerderij overgenomen en zijn we begonnen. Toen is het avontuur begonnen. 

Folkert: Had je ooit verwacht dat je in Zuid-Afrika macadamianoten zou gaan kweken? Want je bent polo speler, je kan op een paard heel goed sporten en de bal over een veld tikken. 

Nick: Nee, is het antwoord. Nee, dat had ik nooit verwacht. Het was wel vrij vroeg duidelijk dat het in een goed bedrijf werken, dat dat niet voor mij weggelegd was. Dat is ook niet met mijn paplepel ingegoten, zeg maar. Dus het avontuur opzoeken dat hebben we ook altijd wel gedaan. Maar dat dit het zou worden had ik van tevoren nooit kunnen voorspellen. Maar nu terugkijkend zou ik niets anders willen doen. 

Folkert: Voelt het nu wel logisch dat je dit doet?

Nick: Ja, absoluut.

Folkert: Waarom dan? 

Nick: Ja, dit is iets wat mij echt op alle fronten goed ligt. Zowel met de plek waar je bezig bent, Afrika heeft echt mijn hart gestolen. Het is echt een prachtig stukje wereld wat daar nog is en al dat soort dingen. De mensen, de vrolijkheid, de hele beleving van het continent is prachtig. Het product waar we mee bezig zijn, het is iets gezonds, het is iets wat in opkomst is en waar je natuurlijk uiteindelijk ook je centjes mee kan verdienen. 

Folkert: Ja, vertel daar eens kort wat meer over. Wat voor business is dit, die noten business? Is daar goed geld in te verdienen? 

Nick: Het hangt er vanaf welke noot. De macadamia is maar 1 of 2 procent van de hele nut basket, zoals ze dat noemen, zonder pinda’s want dat is geen noot. En het is een product, als je bijvoorbeeld kijkt naar de cashew en de pistachio, dat is veel meer volwassen. Dit is echt een opkomst. De eerste commerciële boomgaard is in de jaren 80 aangeplant, dus het is echt nog een heel jong product. Het mooie daarvan is, is dat je nu ook steeds dingen ziet die naar boven komen. Gezondheidsaspecten, zowel van de boom als de olie. Allerlei andere toepassingen van de cosmetische industrie van de olie. Het is een soort superfood aan het worden. Het helpt tegen hart- en vaatziekten, het helpt tegen de ontwikkeling van kanker, het helpt tegen diabetes. Allerlei geweldige aspecten naast het feit dat het gewoon super lekker is, dat is misschien nog wel het belangrijkste. Die twee dingen combineren dat kom je niet zo vaak tegen in een natuurproduct denk ik. Iets wat echt lekker is, wat ook nog goed voor je is. 

Folkert: En het is ook nog een enorm groeipotentieel. 

Nick: Ja, absoluut. Ik denk dat we echt nog staan in de beginfase van de macadamia. Als je ziet hoe de bekendheid nu is bij de mensen, die hebben het wel eens een keer gegeten. Maar ik denk dat als we over vijf jaar of tien jaar zo’n gesprek hebben, dat je in alle shampoo’s de macadamia olie terug kan vinden of in de huidcrèmes en ook natuurlijk nog steeds in de snacks. Want het blijft natuurlijk een hartstikke lekker noot, om het zo maar te eten. 

Folkert: Straks aan het eind van de podcast komen we meer over de toekomst te weten. Nu even helemaal naar het begin. Want hoe ben je begonnen van WelMac en hoe heb je dat betaalt helemaal in het begin in 2016?

Nick: Een stuk eigen geld en hypotheek van de bank. Zo hebben we die boerderij toen gekocht. Het eerste idee was ook echt om een soort van- Je zei ook net ik was polospeler maar ik moest toch een grote jongens baan zien te krijgen. En het was een soort van pensioenvoorziening voor mijn pa en een carrière voor mij, om het maar even zo te noemen. Alleen kwamen we er al heel snel achter dat het potentieel gewoon veel groter was dan alleen een family, klinkt een beetje neerbuigend maar, om er een family farm van te maken. De potentie was gewoon zo groot en de vraag naar die noot is zo hoog en daar zagen we gewoon heel veel mogelijkheden. Dus toen zijn we met het Forest Effect Fund in contact gekomen. En dat is een partij die heeft toen in 2018 een investering gedaan in ons bedrijf. Toen 2 miljoen en later nog anderhalf miljoen erbij, waarmee we eigenlijk de hele keten hebben uitgebreid. Dus we zijn begonnen met die boerderij, echt aanplanten of de productie van die noot. Toen wij wilden uitbreiden kwamen we erachter dat je vijf jaar moest wachten totdat je jonge boompjes kon bestellen bij een commerciële kwekerij. Dus zijn we meteen begonnen met onze eigen kwekerij op te zetten. Met het geld van Forest Effect Fund hebben we daar een professionele kwekerij van gemaakt die ook aan andere boeren in de omgeving verkoopt en ook verder in de voedselketen zijn gaan kruipen. Dus we zijn een stukje verwerking gaan doen en we zijn ook begonnen met de eerste trade, dus via onze eigen identiteit uit Nederland de noten vanuit Zuid-Afrika als snack verkocht. En zo willen we eigenlijk de hele keten van de macadamia beslaan. 

Folkert: Wat waren de grootste uitdagingen in de beginfase? Waar liep je tegenaan waarbij je echt niet had stilgestaan?

Nick: Nou, een jaar nadat we de boerderij overnamen brak de grootste droogte uit de geschiedenis van Zuid-Afrika aan. Dat hielp niet, dan gaat ineens je oogst door de helft. Dat zijn dingen die mijn vader, die al lang in de agrari actief is, schrok daar niet van, ik misschien wat meer. Zo van wat gebeurt hier nou weer. Maar goed, het mooie was nu terugkijkend we hebben toen een team om ons heen verzameld van goede mensen. Ik denk dat dat de cruciale factor was geweest van ons succes. Dat wij een team bij elkaar hebben van mensen die weten wat ze doen, goed zijn in wat ze doen. Maar daar ook met een echte teamspirit het project benaderen. Dus iedereen die dit wilde doen, alle neuzen staan dezelfde kant op. En op het moment dat er weinig cashflow, de droogte, de resultaten vallen tegen, allemaal heel anders dan we het hadden gepland in de eerste instantie. Maar iedereen is gebleven en iedereen zijn schouders eronder gezet en we gaan er wat van maken. En ik denk dat was wel het eerste moment dat ik denk dit is agrari, je bent afhankelijk van de natuur. En er zijn bepaalde dingen die gaan gebeuren waar je niet op kunt voorbereiden. 

Folkert: Hoe is dat om met Zuid-Afrikaanse mensen te werken? Want ik neem aan dat je die veel daar hebt op de kwekerij?

Nick: Ja, je hebt de Afrikaners dat zijn de afstammelingen van de Nederlanders eigenlijk. En dat is ook precies wat ze zijn, het is net alsof je in Nederland zaken doet. Ik heb in het verleden eens in Zuid-Amerika veel gedaan waar je toch echt een significant cultuurverschil hebt in de manier waarop je zaken doet met elkaar en vooral vertrouwen. Dat vond ik daar heel erg lastig. En dat merk je gewoon hier dat het veel meer is zoals je dat gewend bent in Nederland. En je leert gewoon heel veel hoe dat gaat met de lokale bevolking dus hoe dat daar gaat. 

Folkert: Dat zijn de stammen die daar al eeuwen leven gewoon. En dat is natuurlijk anders dan de afstammelingen van mensen die daar naartoe zijn gekomen.

Nick: Ja, dat zijn ook echt heel significant verschillende soorten mensen. De manier waarop ze in het leven staan en door het leven gaan is gewoon heel erg verschillend. Degene die afstammen van Nederlanders dat zijn echt net Nederlanders. En die stammen, dat is nog die jungle law. Die wonen daar met een chief en die bepaalt wat er gebeurt in die stam, en wat er wel en niet mag. En zo gaat dat gewoon nog daar. En ik vind het prachtig om te zien. Het is echt een hele positieve mentaliteit die die mensen hebben. Zingend door de boomgaard lopen en iedere donderdag hebben we een soort van prayer voordat het werk begint. En dan staan ze met z’n allen te zingen en te dansen. Ja, het is een heel prachtig stukje cultuur wat je echt alleen maar ziet als je daar zo bezig bent zoals wij dat doen. 

Folkert: Mooi om te horen dat dat zo in harmonie samengaat bij jullie, bij WelMac. In Zuid-Afrika gaat ook niet altijd alles goed, jullie hebben veel issues gehad met elektriciteit, met energie. Hoe heb je dat opgepikt? 

Nick: Ja, dat was misschien wel een van de grootste factoren die we… Ja, fout kun je het misschien niet noemen. We hebben een heel mooi systeem aangelegd op onze boerderij voor de irrigatie. Dus waarmee we een grote hoeveelheid waterbesparing realiseren. We hadden dit systeem aangelegd en toen begonnen ze met iets wat ze noemen: load shedding. Dus de Eneco van Zuid-Afrika is niet in staat om heel Zuid-Afrika de hele tijd van stroom te voorzien. Dus zeggen ze we gaan zoveel procent van de tijd, en dat kan soms oplopen tot 40/50% van de dag, staat gewoon de stroom uit. Dan heb je geen elektriciteit. En dan werkt dat systeem dus niet. Dan heb je een heel mooi systeem maar dan gaat de stroom uit. En dan gaat de generator wel aan maar dan reset die en gaat alles weer opnieuw. Dus dat werkte gewoon niet goed dus daar moesten we een oplossing voor zoeken. En een van de dingen waar we nu heel ver mee zijn, is die zonne energie natuurlijk. En als je van iets veel hebt in Afrika is het zon het hele jaar door. Dus toen zijn we, omdat DGGF is een partij in Foresteffect Fund dus dat fonds waar ik het eerder over had.

Folkert: Je hebt het over het Foreseffect Fund maar vooral of het Dutch Good Growth Fund want dat is ook waar Barry om de hoek komt kijken. Daar zijn jullie ingehaakt om de financiering van die zonnepanelen voor elkaar te krijgen. 

Nick: Ja klopt, we hadden al een connectie met Dutch Good Growth Fund via de investering van FEF. Want daar is een deel van afkomstig van DGGF. Maar toen dus dit probleem naar boven kwam dachten we dat het een mooie, directe link zou zijn voor een investering vanuit DGGF binnen ons bedrijf. 

Folkert: Dat klonk wel logisch?

Nick: Ja.

Folkert: Was dat ook logisch voor jou, Barry? Want hoe zijn zij dan precies bij jou terecht gekomen? 

Barry: Eigenlijk pas later. Kijk, wij financieren WelMac op twee wijzen, deels indirect via het Foresteffect Fund. Later de plannen groeiden en groeiden en het ging goed. Toen zijn ze nog bij ons teruggekomen voor directe financiering dus een lening. En op die manier zijn we ook nog eens een keer bij WelMac betrokken.

Folkert: Hoe gaat dat in zijn werk dan als je bij DGGF zo’n partij als WelMac binnenkrijgt? Ik ben benieuwd naar de werkwijze van de Dutch Good Growth Fund, hoe gaat dat?

Barry: Nou, eigenlijk hoe wij naar bedrijven kijken is op twee manieren. Enerzijds is meer van financieel, hebben wij hier een bedrijf dat financieringen zoekt en dat we verder kunnen helpen. Want het is niet heel makkelijk om financieringen te krijgen voor Nederlandse ondernemingen die iets op willen zetten in het buitenland. Dus we kijken gewoon wat wil men doen, waarom kan dat hier niet via een reguliere bank worden gefinancierd. En hebben wij daar als overheidsfonds een toegevoegde waarde in om hun verder te helpen in het buitenland. Dus we kijken naar business plan, financiële prognoses, eigenlijk wat een normale bank ook zou doen maar dan echt met een hoger risicoprofiel en specifiek op ontwikkelingslanden in het geval van Dutch Good Growth Fund. En daarnaast kijken we heel erg vanuit een bril van impact dus wat WelMac daar neerzet dat levert lokaal banen op, goedbetaalde banen op een verantwoorde wijze. Echt een bedrijf dat als het in de krant zou komen waar je trots op zou zijn. Dat zijn eigenlijk de twee aspecten waar wij naar kijken. 

Folkert: Ja, want dat is natuurlijk ook belangrijk om te weten, waarom wordt er zoveel geïnvesteerd in dit soort bedrijven zoals WelMac. 

Barry: Wij doen dit vanuit een doelstelling om ontwikkelings impact te creëren, dus banen in ontwikkelingslanden, kennisoverdracht, iets bijdragen aan de economie van die ontwikkelingslanden. Dat je daar met Nederlandse bedrijven in kwestie en de Nederlandse economie ook nog mee helpt. Dat is een mooie tweede. En de financiering die wij verstrekken of dat nou middels een lening is over een overheidsgarantie, dat is eigenlijk niet meer dan het middel. Kijk, wij verwachten wel dat geld terugkomt met een bepaald rentepercentage zodat ons fonds niet leegloopt maar we hebben geen winstdoelstelling. Dat is onze doelstelling en onze toegevoegde waarde zit er dus vooral in dat reguliere banken, of dat nou een Nederlandse bank is die hier WelMac zou kunnen financieren of een Zuid-Afrikaanse bank, die vinden dit soort investeringen vaak te risicovol om te financieren. Terwijl er toch gewoon echt een heel mooi idee achter kan zitten en ook een rendabel idee. Want uiteindelijk willen wij ook gewoon de lening terugbetaald hebben. Tegelijkertijd creëert WelMac daar wel impact en banen en fantastische leef- en werkomstandigheden. 

Folkert: De wereld voelt een beetje beter ook wel hierdoor. 

Barry: Absoluut, ja. 

Folkert: Wat heb je eigenlijk concreet met die lening gedaan? Was het een lening of een gift?

Nick: Nee, het is een lening. Ik hoor net dat ik hem terug moet betalen. 

Folkert: En wat heb jij daar concreet mee gedaan met dat geld van DGGF?

Nick: We hebben een heel zonnepark daarvoor aangelegd. Dus om dit probleem te omzeilen wilden we naar een situatie waar we gewoon off grid konden opereren. Dus we hebben een systeem nu aangelegd met accu’s en zonnepanelen die ons nu van alle stroom voorzien die we nu nodig hebben. Maar ook straks modulair kunnen uitbreiden naarmate onze operatie daar steeds groter wordt, want dat is natuurlijk ook het geval. We gaan steeds meer hectares aanplanten, er komen steeds meer pumphouses bij, er komt een verwerking faciliteit, al die dingen draaien allemaal op het zonnepark wat we dankzij deze financiering hebben kunnen aanleggen. 

Folkert: En wat is dan bijvoorbeeld nu al de duurzame impact van WelMac in Zuid-Afrika, in Limpopo?

Nick: Nou, ik denk dat wij een aantal hele mooie dingen daar doen vanuit het duurzame perspectief. Dus aan de ene kant zijn we- Dit moeten we officieel nog helemaal onderbouwen maar, ik ben er 99% zeker van dat wij zometeen CO2-negatief opereren. Want wij planten gewoon een grote hoeveelheid bomen aan die de CO2 absorberen. Daarnaast is eigenlijk onze enige uitstoot de tractoren die we gebruiken. Ik ben er wel goed van overtuigd dat we meer opnemen dan we uitstoten. Zeker nu we geen stroom meer gebruiken van het net. Persoonlijk vind ik misschien nog wel de belangrijkste factor vind ik de waterbesparing die wij realiseren. Dus dat systeem waar ik het eerder over had, mooi bruggetje om daar even op terug te komen. We hebben een systeem aangelegd dat heet ultra low flow drip fertigation. Dus het is fertilizer en irrigation, dus bemesting en irrigatie in een. Het is een systeem waarbij we water uit de grond pompen in een dam, dat gaat dan door een pumphouse die het daar mengt met de bemesting en dan toedient in blokken van twee hectare naar de boomgaard. Omdat een blok van twee hectare is omdat je op een stuk van tien hectare kan je vier significante soorten bodem types tegenkomen waarbij de ene heel zanderig is en de andere heel kleiig. En je dus ook verschillende hoeveelheden water moet geven want als je ze allemaal hetzelfde geeft dan verzuip je de een of heeft de ander dorst. Dus dat moet je kunnen- Ja, wij noemen dat dan precision farming, iets waar we in Nederland heel goed in zijn. En wij dus op die manier eigenlijk nu zitten op ongeveer 30% van de hoeveelheid water die we gebruikten ten opzichte van het conventionele systeem wat we hiervoor hadden. Dus dat is een besparing van 70%. 

Folkert: Iets wat volgens mij ook heel bijzonder is op zo’n plek, al helemaal in Limpopo in Zuid Afrika. 

Gigantisch. Water is op deze aardbol misschien wel de belangrijkste grondstof die we hebben en zeker niet onuitputtelijk. We moeten daar heel voorzichtig mee om gaan. En wij proberen ook hiermee een voorbeeld te geven voor andere boeren. Dus wat vaak de angst is als je zegt dat je dit soort besparingen gaat doen, dat gaat dan ten koste van je oogst of de kwaliteit van je noten. Wij hebben het tegendeel bewezen. Onze kwaliteit is omhoog gegaan, we zijn de best producerende boer in de regio dus zowel in termen van volume als in kwaliteit van de noot. Daar steken wij ver met kop en schouders boven de rest uit. Dus wij nodigen ook boeren uit voor workshops en bezoekjes aan onze boerderij zodat ze het systeem kunnen zien. Wij zijn daar helemaal open in, het is geen geheim. Wij willen juist graag dat andere boeren dit gaan doen want alleen wij, tuurlijk is het hartstikke mooi dat we zoveel water besparen. Maar het is pas echt mooi als alle boeren dat doen. En in Australië zijn ze daar natuurlijk veel verder mee ook. Want daar hebben ze al vaker met droogte te kampen gehad. Maar sinds deze droogte in Zuid-Afrika is dit ook een heel erg… ja.

Folkert: Het is relevant.

Nick: Relevant, ja. Het is een heel relevant probleem voor iedereen. Ook in met die droogte kwam er in Kaapstad, dat is dan wel weer 2000 kilometer van onze boerderij vandaan maar, daar kwam gewoon geen water meer uit de kraan. Alle dammen waren leeg, het was echt een heel serieus probleem. Gelukkig zijn we er nu uit en hebben we pas afgelopen jaar voor het eerst weer de normale regenval gehad sinds voor de droogte. Dus alle dammen zitten weer vol, we zijn daar ook mee bezig geweest. We hebben dammen aangelegd, dat is dus het regenwater wat valt op wordt gevangen in een dam en op die manier weer dus de bodem ingaat. Dus dat het weer wordt opgevuld in plaats van dat het water wegstroomt. Dus op die manier ben je ook bezig met je ondergrondse water preservation. 

Folkert: En op deze manier ben je eigenlijk internationaal maatschappelijk verantwoord aan het ondernemen. Je bent ook nog eens bezig met sustainable development goals, SDG. Nummer 7 is heel erg van toepassing: zorg voor toegang tot betaalbare, betrouwbare, duurzame, moderne energie. Maar zonder dat je er eigenlijk zelf bij stil had gestaan. 

Nick: Ja, een heleboel van deze dingen waren we eigenlijk al mee bezig voordat het iets werd waar we te koop mee gingen lopen. Want ik denk dat de enige manier dat je echt duurzaam, letterlijk in het woord, kan ondernemen als je goed bezig bent met de mensen om je heen, goed bezig bent met de bodem die je gebruikt, goed bezig bent met het water wat je tot je beschikking hebt. Dat je daar op een verantwoorde manier mee om kan gaan, dat je generaties lang dit kunt blijven doen. Want dat is ook weer het mooie van de macadamia, die boom gaat echt met generaties mee. Dan kan je ze rustig aan vervangen. Maar je kunt dit gewoon generaties lang blijven doen op dezelfde grond zonder dat je afbreuk doet aan de natuur of bodem of grondstoffen. En een heel belangrijk punt voor ons ook, zeker in een land als Zuid-Afrika, er is natuurlijk altijd frictie geweest ook tussen de donkere bevolking en de witte bevolking. Dat je daar een goede band mee opbouwt. Dus wij doen naast het feit dat we living wage betalen, dus niet minimum wage maar daarboven. We hebben een pensioenvoorziening dus iedere werknemer bij ons heeft een bankrekening en die krijgt vanuit de FNB bank, dat is een van de lokale grootste banken van Zuid-Afrika, krijgen ze een pensioenplan. 

Folkert: Goede arbeidsvoorwaarden voor mensen die bij jou werken. 

Nick: Goede arbeidsvoorwaarden, goede kleding die hier misschien vanzelfsprekend zijn maar daar helaas vaak niet, bij ons wel. 

Folkert: En toen kwam corona om de hoek kijken en mocht je weer een beroep doen op Barry. Hoe ging dat? 

Nick: Ja, nou dat was moet ik zeggen een van de dingen waar ik echt een heel mooi gevoel bij kreeg van DGGF. Wij zaten natuurlijk net als de rest van de wereld ineens in een situatie die niemand van ons kenden. De productielijn stokte een beetje dus het transport duurde langer, de noten konden niet gekraakt worden. Dus we kwamen in een soort cashflow squeeze op een gegeven moment. En niet zozeer dat, corona had natuurlijk geen effect op onze oogst maar wel op de tijd en de mensen die we aan het werk konden zetten op de boerderij om het te oogsten en binnen te halen. Het was allemaal lastig.

Folkert: Dus je had geld nodig en, Barry, hoe kon jij daar toen bij helpen? Hoe ging dat in de praktijk?

Barry: Ja, wij beginnen met een ondernemer aan een traject volgens een bepaald businessplan en lening die in x tijd wordt afbetaald. Alleen in ontwikkelingslanden, een ding wat ik zeker weet is dat plan wordt nooit exact gevolgd. Want je merkt altijd in dat soort landen lopen dingen toch altijd net anders als dat je van tevoren hebt bedacht. En corona was natuurlijk zo’n extreem voorbeeld daarvan. En wij waren gewoon in de omstandigheid om wat extra ruimte te creëren in de lening en ook dus wat extra liquiditeiten te verschaffen. Dus we hebben de lening deels opgehoogd waardoor gewoon de liquiditeit die WelMac nodig had, daar kon die periode dat verkoop langer op gang kwam die kon daarmee worden overbrugd. 

Nick: Ja, ik moet zeggen persoonlijk wat ik erg mooi vond is de snelheid waarmee het ging. Het was echt in zo’n crisistijd, ik weet nog dat we elkaar op de Zoom regelmatig mochten spreken. 

Folkert: Hoe snel was het geregeld?

Nick: Nou ja, echt wel binnen twee, drie maanden ofzo. 

Barry: Zoiets. Kijk, uiteindelijk het is belastinggeld dus wij moeten het ook onderbouwen waarom dat het nodig is. Dus we vragen WelMac natuurlijk wel een onderbouwing, een prognose van hoe lang extra heb je die liquiditeit nodig, wat betekent dat voor je terugbetaling. Dus wij moeten omdat het belastinggeld is dat goed kunnen onderbouwen. Maar zodra die onderbouwing er ligt kunnen we ook snel schakelen, hebben we de lening documentatie aangepast en kon WelMac gewoon verder. En dat vind ik ook wel belangrijk dus wij zijn zeker geen financiering die bij tegenslag tegen mensen zegt van zoek het zelf maar uit. 

Nick: Ik heb wel een mooie aanvulling die ik graag zou willen zeggen. Dat we door dit traject wel hebben gezien dat DGGF echt een partner is voor ons. Dus niet inderdaad iemand die geld leent om daar geld aan te verdienen. Maar op het moment dat je in de problemen komt dat je daar samen in no time eigenlijk die oplossing zorgt. En dat we daardoor in waarschijnlijk een van de moeilijkste tijden in de recente geschiedenis gewoon doorheen kwamen. 

Folkert: Het voelt beter dan een banklening situatie, zeg maar.

Nick: Jazeker, het is echt een partner. 

Folkert: Positief!

Nick: Honderd procent, ja. 

Folkert: Ik wil naar je grootste business fuck up, wat is het?

Nick: Mijn grootste business fuck up, oef. Welke moet ik kiezen, nee. Ik denk…- Dat is wel echt een hele moeilijke vraag. 

Folkert: Wat is de fuck up waar je aan zit te denken, in welke periode van je leven?

Nick: Nou, in de vorige ondernemingen. Dat heeft dan met name met mensen te maken denk ik, met verkeerde mensen aannemen. En de les die ik daar persoonlijk gewoon uit heb geleerd is dat de mensen die- Je zit natuurlijk in Zuid-Afrika, ver weg uiteindelijk wel. En je gaat er heel regelmatig heen maar je moet natuurlijk altijd wel de mensen die daar de day-to-day dingen doen, die moet je gewoon kunnen vertrouwen. En daar moet je op een lijn mee liggen qua instelling, qua normen en waarden. De core van wat voor persoon je bent moet stroken met elkaar, anders werkt het niet. 

Folkert: En dat ging toen mis? 

Nick: Dat ging daar mis en het gaat hier goed.

Folkert: Dus bij je vorige ondernemingen sloot dat niet aan en nu wel. Dus je hebt eigenlijk ook meteen geleerd van je grootste business fuck up.

Nick: Ja, absoluut. 

Folkert: Dan is het bruggetje klein natuurlijk naar de drie belangrijkste business tips. Wat zijn jouw drie belangrijkste internationale business tips? 

Nick: Een goede tip is een fuck up is the road to perfection. Dus je moet gewoon ervoor zorgen dat je daarvan leert en niet schrikken van fouten maken, want dat doet iedereen. En er zijn altijd tegenslagen en er zijn altijd dingen die gebeuren waar je niet aan gedacht had en dat je achteraf denkt had ik daar maar aan gedacht. Maar je moet er wel wat mee doen. Ik denk dat een hele belangrijke is. En wat ik net zei over mensen dat is uiteindelijk de core van je business, mensen. En hoe je daarmee samenwerkt en hoe je daarmee omgaat in alle lagen van je bedrijf. Dat je daar een positieve band mee krijgt op wat voor manier dan ook. 

Folkert: Hoe kan je je voorbereiden op de klik hebben met de mensen in jouw geval Zuid-Afrika?

Nick: Ja, ik denk dat dat per persoon heel anders is. Bij mij is dat heel gevoelsmatig. Dus ik heb daar vaak discussies mee, ook met mijn vader die daar heel anders naar kijkt. Maar bij mij komt dat vaak uiteindelijk neer op een gevoel. Tuurlijk moet je bepaalde kwaliteiten zien in iemand en iemand moet misschien een achtergrond hebben of een bepaalde expertise waar je naar op zoek bent. Dat zijn allemaal dingen maar dan krijg je drie of vier mensen op een sollicitatiegesprek en ik pak dan degene waarvan ik het meest goede gevoel bij krijg. 

Folkert: Waar je het beste gut feeling bij hebt, dat is de tweede. Wat is je derde internationale business tip?

Nick: Doe iets wat je leuk vindt, dat is echt super afgezaagd. Maar dat is de enige manier waarop je echt je hele hart en ziel erin kan storten. Want als je tegen de bierkaai zit te vechten dan ga je daar op een gegeven moment aan verliezen. En als je iets doet zoals dit bij mij is, je bent met de natuur en met mensen bezig, je bent een gezond, mooi product op een duurzame wijze aan het produceren. Dan gaat het…

Folkert: Dan gaat het allemaal vanzelf.

Nick: Nou, dat net niet. Dan zijn al die tegenslagen en dingen meer uitdagingen dan dat het problemen zijn. En dan ben je altijd vanuit een positieve energie met je bedrijf bezig en ik denk dat dat heel belangrijk is. 

Folkert: Barry, jouw drie belangrijkste internationale business tips. Want jij ziet er veel van voorbij komen die internationale ondernemingen.

Barry: Jazeker. Met de stip op één zou ik voorbereiding zetten. In ontwikkelingslanden ondernemen is gewoon niet makkelijk. Dus neem de tijd om zaken gewoon goed uit te zoeken hoe het werkt in dat land. Denk vooral niet dat je huidige businessmodel zoals je dat in Nederland hebt, dat je dat een op een kunt overzetten naar een ontwikkelingsland. Dat gaat je niet lukken. Maar verdiep je ook in de regelgeving in dat land, in de manier van zaken doen in dat land en wat je allemaal tegenkomt als je daar een bedrijf op wilt zetten. 

Folkert: Echt een goede voorbereiding is essentieel.

Barry: Absoluut. En maak een business plan. Sommige ondernemers zweren bij een bierviltje maar, alsjeblieft schrijf het uit. Want op papier wordt je gedwongen om over zaken na te denken en maak ook goede financiële prognoses. Want dan kom ik bij tip twee. Het gaat altijd anders dan dat je van tevoren had bedacht. En als je die goede voorbereiding hebt gedaan dan, tip twee, ben je ook flexibel. Dan weet je gewoon als met dit en dit gebeurt dan kan ik dat aan. Want het loopt altijd anders in tijd, in geld en dan kun je daar makkelijker in schakelen. En ik denk tip drie sluit heel erg aan bij wat Nick ook zei is, goede mensen. Ik denk dat het heel belangrijk is als je een goede mix hebt van niet alleen Nederlanders die denken dat ze lokaal de boel wel snappen en kunnen runnen. Maar ook gewoon lokaal. Dus zorg dat je team een mix is van goede mensen vanuit Nederland maar ook mensen vanuit het land zelf die gewoon goed de business mores kennen en je dagelijks handen en ogen daar ter plekke zijn. 

Folkert: Duidelijk. Nick, waar sta je over vijf jaar?

Nick: Over vijf jaar hebben wij misschien nog twee boerderijen erbij. Is WelGevonden volledig in productie. Hebben we misschien nog wel een klein tipje van de sluier, een aanwezigheid in Europa. Hebben we een verwerking faciliteit die in Zuid-Afrika helemaal operationeel is en gaat eigenlijk alle noten die wij produceren door onze eigen keten van begin tot eind. En hopelijk ook van de small farmers in de regio dat zij via onze keten hun noten voor een fair price op de markt kunnen brengen. 

Folkert: Wat is er voor nodig om dat voor elkaar te krijgen? 

Nick: Dat wij de weg die we zijn ingeslagen vasthouden en doorzetten en op deze manier onszelf verder blijven ontwikkelen.

Folkert: Gaat dat lukken?

Nick: Ja, 100%

Folkert: Nick, hoeveel procent van je succes heb je te danken aan je harde werk, je intelligentie en je doorzettingsvermogen en hoeveel aan geluk?

Nick: Oef, ik zou willen zeggen dat geluk een kleiner percentage is. Ik vind het heel lastig om te zeggen wat is nou geluk en wat komt vanuit jezelf. Want als je het hebt over gevoel wat je hebt met mensen, ik denk een heel groot van ons deel van succes hebben we te danken aan de mensen in Zuid-Afrika en hun inzet die ze doen voor ons. En is het geluk dat je hen bent tegengekomen of is het goed ondernemerschap dat je ze hebt aangenomen. Ik denk een beetje van allebei. Daarbij gezegd hebbende is doorzettingsvermogen, wilskracht, flexibel blijven, kansen zien en niet bang zijn om er achteraan te gaan en dat je in dat proces een keer op je bek gaat, dat hoort er dan bij. We hebben ook in het begin heel veel pech gehad wat ervoor heeft gezorgd dat we als team weer sterker zijn. Wat dan misschien ook weer geluk is met een ongeluk.

Folkert: Ben je een geluksvogel? 

Nick: Ja, zo voel ik het wel. 

Folkert: Mooi! Dank je wel jongens. 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *