Henk Schouten maakt onder de naam Tempeh Today in India tempeh met zijn bedrijf Community Food Systems & Services. Hij helpt met CFSS de grote Indiase voedselproblemen een klein beetje op te lossen. Stap voor stap.

In deze podcast is Henk te gast, samen met Investment Manager Mieke Flierhuis van het Dutch Good Growth Fund (DGGF). Mieke heeft Henk geholpen met de financiering van CFSS.

Henk en Mieke vertellen hoe dat is gegaan en je hoort hoe Henk samen met Indiase boeren de tempeh maakt en zo lokale schoolkinderen de kans geeft op een gezondere toekomst. Presentatie: Folkert Tempelman.

Deze podcast maken we samen met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Wil je meer weten over de mogelijkheden van de RVO en het Dutch Good Growth Fund – waarmee Henk met CFSS impact maakt voor toekomstige generaties in India – check dan hun site: rvo.nl/dggf.

rvo.nl/subsidies-regelingen/dutch-good-growth-fund-dggf
rvo.nl/subsidie-en-financieringswijzer/dutch-trade-and-investment-fund-dtif
rvo.nl/onderwerpen/internationaal-ondernemen
schoutenfood.com/nl/nieuws/nederlands-voedselproductiesysteem-tempeh-today-gelanceerd-in-india

Transcriptie CFSS / Tempeh Today podcast

Henk: Ik ben Henk Schouten. Ik ben de oprichter van de Community Food Systems and Services bv. En ook Community Food System and Services Private Limited India. En wij produceren tempé in India. 

Mieke: Mijn naam is Mieke Vlierhuis. Ik ben investment manager bij het Dutch Good Growth Fund voor startende ondernemers. 

Folkert: Ben jij ook Henk zijn investment manager?

Mieke: Ja, dat klopt. 

Folkert: Hoe goed kennen jullie elkaar eigenlijk dan? 

Mieke: Met name online, zo is het gestart. 

Henk: Ja, online. 

Folkert: Henk, we hebben het vandaag over duurzame tempé in India. Maar we nemen de podcast op bij jouw bedrijf: Schouten Europe in Giessen, in het mooie Noord-Brabant. Waarom zijn we niet in India? 

Henk: Dat was heel leuk geweest hé, India. Ja, dat is nu een beetje moeilijk. Gezien de situatie van corona is het heel moeilijk op het moment. We kunnen sowieso niet naar India vliegen op dit moment omdat alle vluchten geannuleerd zijn vanwege de grote corona druk in India. 

Folkert: Wat voor impact heeft dat op jouw bedrijf op dit moment? 

Henk: Nou, dat heeft wel impact omdat het natuurlijk de ontwikkeling van de markt vertraagd, onder andere de introductie in de retail. Aan de andere kant zien we wel de groei online. De online verkopen groeien wel meer daardoor omdat mensen online gaan shoppen, natuurlijk. Maar we hadden nu al introducties gehad in de retail en die zijn nu uitgesteld. 

Folkert: Wat doe je eigenlijk precies in India? 

Henk: Community Food Systems and Services gaat dus tempé produceren, is tempé gaan produceren in kleine units. Omdat tempé dat heeft op nutritionele zin gezien zit het heel goed in elkaar. Dat is gemaakt van peulvruchten, soja, kikkererwten, moonbeans of van linzen. En de hoeveelheid eiwitten die erin zit is te vergelijken met kip. 

Folkert: En waarom ga jij tempé produceren in India? Kan je dat kort uitleggen? 

Henk: Ja, vanwege de prijs. En dat het heel gezond is en dat het goed past in de cultuur. Want het is heel belangrijk dat het past in de cultuur. 

Folkert: Terwijl het helemaal niet uit India komt, tempé is Indonesisch. 

Henk: Ja, dat klopt. Het is helemaal niet bekend in India. Dus daar heb ik een systeem moeten introduceren waardoor je dat hele proces kan monitoren en bij kan sturen. Dus ik heb helemaal een dingetje ontwikkeld, een small fermentation unit. 

Folkert: Ja, de SFU’s heet dat kortweg. Wat zijn dat precies en hoe werkt dat? 

Henk: Dat is eigenlijk een fermentatie kamer in een twintig voet container. En wij kunnen dus op afstand alle settings van die fermentatie dus temperatuur, luchtvochtigheid, de lucht in- en uitlaat, de luchtcirculatie kunnen wij volgen en aanpassen. En dat is helemaal computergestuurd. Dus we willen het totale proces beheersen op een zodanige manier doen zodat je steeds hetzelfde product krijgt. Iedere unit moet hetzelfde product produceren. Als het niet hetzelfde is kan je het ook niet gaan vermarkten onder een merk. En doordat het een kleine unit is kun je dus de grondstoffen rechtstreeks van de boeren betrekken, die dichtbij die unit wonen. Je kunt ook de tempé rechtstreeks aan de consumenten verkopen in een cirkel rondom de SFU. Omdat tempé kan je een dag buiten koeling bewaren, dat is geen probleem. 

Folkert: Dus je koopt het lokaal in, je maakt het in die SFU’s en je verkoopt het ook weer in de buurt van waar die units staan. 

Henk: Ja, er is nu één unit. En de bedoeling is dat er over vijf jaar honderd units komen. 

Folkert: Waarom gaat een ondernemer uit het Noord-Brabantse Giessen in India tempé maken? Wat is de impact die je wilt maken daar? 

Henk: Ik ben echt gedreven om een klein beetje bij te dragen aan de oplossing van het probleem, van de voedingsproblemen. Ik weet dat het een druppel op de gloeiende plaat is maar als iedereen dat denkt dan gebeurt er niks. Ik vind het dus heel leuk en motiverend voor mezelf om een kleine bijdrage te leveren aan de ondervoeding. En dat zit hem vooral in het eiwit. En dat ik dan iets kan bedenken en bijdragen wat past in de cultuur en wat ook goed betaalbaar is en gezond is. 

Folkert: Jullie verspreiden de tempé onder andere via schoolmaaltijden. Dat zijn die ‘midday meals’ die ze daar krijgen. 

Henk: Ja, dat is wel de bedoeling. Net als dat je vroeger hier de schoolmelk had, nu heb je in India de ‘midday meal programme’. Dus op scholen wordt iedere dag een maaltijd verstrekt. En de overheid heeft gedefinieerd hoe die maaltijd eruit moet zien, maar in de praktijk is het zo dat die maaltijd eigenlijk te weinig eiwitten bevat. Er zou 12 gram eiwitten in moeten zitten maar er zit maar 1 gram in. En als ik daar een bijdrage aan kan leveren met een goede grondstof die goed betaalbaar is dan vind ik dat een mooie bijdrage. 

Folkert: Henk, jij bent dit jaar begonnen met CFSS. Hoe heb je dat betaald, hoe krijg je dat van de grond zo’n nieuw bedrijf?

Henk: Ja, daar heb ik dus hulp voor gekregen van Dutch Good Growth Fund. Die hebben gezegd dat ze het een heel mooi initiatief vonden en ook een nieuw initiatief. En ik ben een startende ondernemer en dat past in hun visie en strategie. En ik moet zelf ook nog wel wat bijdragen natuurlijk. 

Folkert: Ja, want je zit er ook deels met eigen geld in. 

Henk: Ik zit er ook met eigen geld in, klopt. 

Folkert: En dan vult het DGGF dat aan met wat je nog nodig hebt? 

Henk: Ja, dus we hebben een plan gemaakt, een investeringsplan en een businessplan. Dus dat hebben we voorgelegd aan DGGF en zij hebben gezegd dat het er goed uit ziet. 

Folkert: Mieke, hoe heeft het DGGF geholpen in dit geval?

Mieke: Ja, we zijn met Henk in contact gekomen toen we hoorde dat hij plannen had om naar India uit te breiden. En we waren erg gecharmeerd om het zo te zeggen van zijn plannen omdat er een goede bijdrage wordt geleverd aan de lokale impact daar. Dus het creëert niet alleen een directe werkgelegenheid, er wordt een bijdrage geleverd aan kennisoverdracht. Maar vooral ook de impact door de tempé, door het voedsel. Wat ook de kinderen in India ten goede gaat komen. En daarbij hebben wij gezegd dat we startende ondernemers steunen vanuit DGGF. Dat is een programma van het Ministerie van Buitenlands Zaken. En als wij in een vroege fase ene stukje risico kunnen wegnemen dan zijn we daartoe bereid. 

Folkert: Mieke, hoe is deze financiering tot stand gekomen? Hoe is dat contact tussen DGGF RVO en Henk? 

Mieke: We hebben contact met hem opgenomen toen we hoorde van zijn plannen om naar India te gaan. En toen zijn we samen digitaal aan tafel gegaan om de plannen verder te bespreken. 

Folkert: Dus zo kan dat ook. Je hoeft niet alleen als ondernemer DGGF op te zoeken, andersom werkt het ook?

Mieke: Ja, zeker!

Folkert: Oké, en wat voor financieringen zijn er allemaal mogelijk via DGGF?

Mieke: Dat is eigenlijk een hele reeks aan financieringen. Eigenlijk voor verschillende Nederlandse bedrijven en dat is mogelijk tot ongeveer 15 miljoen. Maar specifiek voor startende ondernemers, dat wil zeggen starters of bedrijven die jonger zijn dan vijf jaar, daar kunnen we ook wat voor betekenen met een minder bedrag. 

Folkert: En zijn dat altijd leningen of zijn dat ook wel eens giften? Hoe zit dat precies? 

Mieke: Het zijn altijd leningen inderdaad. Dus die leningen moeten worden terugbetaald in de afstemming met het bedrijf kijken we naar die periode. 

Folkert: Henk, kende jij DGGF al? 

Henk: Ja, ik had er wel al van gehoord. 

Folkert: En waarom is voor jou een financiering via het Dutch Good Growth Fund eigenlijk interessant? 

Henk: Omdat ze dus mede risico dragen. Kijk, bij een normale lening zijn alle risico’s afgedekt. En dat is voor mij minder interessant. Maar ik neem zelf risico en geld lenen is ook risicodragend. Dat is interessant. En de condities zijn goed. 

Folkert: Hoe zit zo’n deal in elkaar dan? Wat kan je daar over vertellen?

Henk: Grofweg dat het 25% eigen geld is en 75% geleend geld van DGGF is. En dat moet dan over een bepaalde periode terugbetaald worden. En ik moet natuurlijk DGGF op de hoogte houden van ontwikkelingen, mochten er veranderingen zijn. Ik laat ook ieder kwartaal de cijfers zien, hoe loopt het, ontwikkeld het zich. Dat is het eigenlijk. 

Folkert: Gaat dat heel erg in detail voor jouw gevoel? 

Henk: Jawel, vanuit DGGF misschien niet. Maar ik vind het wel. Ik vind dat ze best veel vragen. Ook op MVO gebied, hoe ga je om met de lonen, afval, de afspraken met je werknemers. 

Folkert: Ook wel terecht in jouw mening? 

Henk: Ja, dat is terecht. 

Folkert: Waarom?

Henk: Omdat zij zich natuurlijk mede verantwoordelijk voelen. Zij willen dat het op een goede manier gebeurd die past. Zoals de overheid er tegenaan kijkt. En dat is op zich goed eigenlijk. En dat helpt ons ook om er goed naar te kijken. Ook op het gebied van plastic bijvoorbeeld. Hoe kan je dat beperken door bijvoorbeeld minder verpakkingsmateriaal te gebruiken of afbreekbaar plastic bijvoorbeeld.

Folkert: Henk, neem ons eens mee naar India. Beschrijf de lokale situatie als je wilt. Hoe ziet het eruit, waar ruikt het naar, wat zijn de kleuren en wat is de sfeer daar in India? 

Henk: In India is het heel bijzonder. Als je daar binnenkomt, hoe ruikt dat? Een mengsel van stank en kruiden. En de sfeer is heel anders. Mensen zijn heel open, je wordt door wildvreemden aangesproken. Ze vinden blanken interessant. Dan komen er mensen naar je toe en die vragen of ze een foto van je mogen maken met hun kind bijvoorbeeld. Er komen ook mensen naar me toe en die zeggen: “Can I do business with you?”. En dan vraag ik: “What business are you in?”. En dan zeggen ze: “Everything!”. Het maakt niet uit daar. Dat is in de staat Ahmedabad, daar is het heel business gedreven. Daar hebben we ook ons kantoor. 

Folkert: Waar is het in India, voor de mensen die dat niet weten? 

Henk: Dat is in het noordwesten. Maar de fabriek is in Bangalore. En Bangalore is meer een modernere stad. Dat is echt de IT stad van India. Het is ook een internationale stad, meer internationaal dan andere steden. En ook meer jongere mensen die meer gefocust zijn op gezondere voeding. En daarom zijn we ook in Bangalore begonnen. Verder loop je wel tegen heel veel dingen aan. De cultuur, de mensen die zullen nooit negatief zijn of ‘nee’ zeggen. Dat zijn wij als Nederlanders niet gewend. Als je een Nederlander iets wilt verkopen en die koper zegt nee dat hoef ik niet. In India zegt men dat is interessant maar dan bedoelen ze ‘nee’. 

Folkert: Komt dat ook door de sociale structuur in India? Hoe is die structuur? 

Henk: Nou, dat begint bij de gezinnen natuurlijk. Je hebt joined families noem je dat, dat is nog steeds heel veel. Mensen blijven bij elkaar wonen. Dus de zoon blijft in het huis van de ouders en daar komt de schoondochter bij. En dan kan je je misschien wel voorstellen wat dat betekent als je altijd bij je schoonouders zit. 

Folkert: Dan moet je je heel goed kunnen inleven in de ander wil het op lange termijn goed gaan, denk ik. 

Henk: Juist, dan moet je heel meegaand zijn. Dus dan moet je zeggen is goed dan leggen we het op een andere plek als er iets is, dat is het punt. En dat is niet altijd zo. Daarnaast heb je georganiseerde huwelijken. Merendeel van de huwelijken zijn georganiseerd. Als je een huwelijk hebt die niet georganiseerd is dan noemen ze het een love marriage. Een love marriage geeft vaak problemen in de gezinnen omdat de ouders er niet achter staan. Je hebt vaak dat die een ander persoon heeft gekozen dan de ouders zouden kiezen en daar zie je wel veel gedoe mee in India. En dit gebeuren heeft heel veel impact. Vanuit hun religie zijn ze heel meegaand. Ze hebben duizenden goden, daar zijn ze heel flexibel. Ze hebben overal wel iets voor bij wijze van spreken. 

Folkert: Zijn de verschillen groter in India tussen arm en rijk, donker en licht? 

Henk: Ja, enorm. 

Folkert: Wat kan je daarover vertellen?

Henk: Kijk, van oorsprong heb je in India het klassensysteem. Dat is tegenwoordig verboden maar in de praktijk is dat er nog. Als je in een bepaalde klasse zit dan heb je een bepaald niveau en daar moet je in blijven. Het past niet binnen hun cultuur en religie. Je bent daarin geboren dus jij hoort in die klasse thuis. En je kan niet met iemand trouwen uit een hogere klasse. Je moet gewoon accepteren waar je zit. En als je je in je vorige leven slecht gedragen hebt dan kom je in je volgende leven in een lagere klasse. Dat is je eigen fout. Je eigen stomme fout dat je daar dus klasseloos bent. 

Folkert: Zijn de verschillen tussen man en vrouw ook groot? 

Henk: Tussen man en vrouw is er een heel groot verschil. Dat is iets waar wij dus allergisch voor zijn. Natuurlijk vinden wij dat er een verschil is tussen man en vrouw maar niet op het gebied van rechten en plichten. Want een vrouw moet hetzelfde inkomen hebben als een man. Maar in India is dat niet zo. Op straat zie je dat het vuilnis wordt opgehaald door vrouwen. Heel veel handwerk en in de bouw, wegenbouw wordt door vrouwen uitgevoerd. In restaurants zijn het allemaal mannen die bedienen want dat vinden ze niet fijn dat een vrouw dat doet. Dat moet een man zijn die dat moet bedienen. We hebben nu ook een vrouwelijke directie, niet per se omdat ze een vrouw is maar dat vind ik een leuke bijkomstigheid dat het een vrouw is laat ik het zo zeggen. Dat is voor heel veel mensen wennen dat ze aangestuurd worden door een vrouw. Je hebt natuurlijk ook heel veel modernere ondernemingen, daar is dat niet zo’n probleem. Maar voor het merendeel is dat wel een probleem in India. 

Folkert: Hier in het westen kennen we de Sustainable Development Goals, SDGs. Daar zijn we best veel mee bezig, ook in deze podcasten. Is dat iets waar ze van hebben gehoord in India, zover jij weet? 

Henk: Jawel, daar weten ze wel van. 

Folkert: En bij jou in het bedrijf, welke rol spelen die SDG’s? 

Henk: Ja, daar weten wij ook van. Dat past natuurlijk heel erg in onze activiteit op het gebied van duurzaamheid, energie, hongerbestrijding en gelijkheid van mensen. En dat past natuurlijk wel bij ons bedrijf en ons concept. 

Folkert: Ik wil er twee uitlichten, nummer twaalf en zeventien. Nummer twaalf is internationaal maatschappelijk ondernemen en verantwoordelijke consumptie en productie. En nummer zeventien is partnerschap om doelstellingen te bereiken. Hoe spelen die twee SDG’s een rol in jouw bedrijf? 

Henk: MVO is natuurlijk helemaal ons ding. Wij kijken naar hoe kunnen we duurzaam voedsel maken. Daar zijn we heel vroeg mee begonnen. In 1990 al begonnen om plantaardig eiwit producten in plaats van dat je het dier eet, eet je de grondstoffen die de dieren eten. En dat heeft heel veel impact op het watergebruik, CO2, stikstof, circulair. Dat is nu inmiddels heel algemeen bekend dat het soms tot factor 12 verschil kan zijn op bepaalde aspecten. Maar op sommige aspecten is het factor vier of vijf dat je dus duurzamer bezig bent als je van dierlijke eiwitten eet. 

Folkert: Die verantwoorde productie en consumptie lijkt bijna een no brainer voor jou. Want dat is wat jij doet. 

Henk: Ja, dat is wat wij doen. Dat past helemaal. We zijn ook aan het kijken naar de grondstoffen kant en dat willen we ook in India doen. De grondstoffen gaan we rechtstreeks van akkerbouw betrekken en de akkerbouw begeleiden. Hoe kunnen jullie minder pesticiden gebruiken, hoe kan je beter je water gebruiken en regelen, hoe kan je de oogst verbeteren en de opslag. In India gaat 40% van de landbouwproducten verloren door verkeerde transport en opslag. Dat zijn allemaal dingen die goed bij ons passen, waar wij ook die akkerbouwers mee gaan begeleiden. Dat gaan we met Patus doen daar hebben we bijvoorbeeld een Nederlandse organisatie Solidaridad. Maar we zijn ook in contact met plaatselijke NGO’s om te kijken kunnen wij die akkerbouw begeleiden op dat gebied. 

Folkert: Dus eigenlijk die SDG 17 om die doelstelling te bereiken, dat doe je al.

Henk: Ja, dat doen we al. Dat valt daar ook onder. Dus het Patus met de primaire sector. Maar ook met de mensen die dat gaan uitvoeren. En nu op dit moment worden de SFU’s door ons gefinancierd. Maar op lange termijn zit ik te denken aan een concept, een franchise concept. Ik ben al door heel veel Indiërs benaderd die geïnteresseerd zijn en zo’n ding bij mij willen kopen en ook tempé voor mij willen gaan produceren. 

Folkert: En die willen zelfs zo’n container gaan uitbaten en helemaal gaan regelen. Mieke, ik kan me voorstellen dat Henk wat dat betreft ook zo perfect in het plaatje paste, dat was logisch om hem te benaderen of niet? 

Mieke: Ja, zo is het inderdaad. Het waren ook hele fijne gesprekken in die zin en vooral op het gebied van MVO was er een goede aansluiting. 

Folkert: Waarom is dat zo belangrijk vanuit jullie perspectief? 

Mieke: Het doel van het Dutch Good Growth Fund is dat we lokaal impact maken. En dat gebeurd met het bedrijf van Henk op locatie door de productie van tempé in de SFU’s. Maar daarbij wordt de tempé ook ingezet als voedingsrijk ingrediënt voor de voeding in India. Dus het mest zich aan twee kanten op impactgebied.

Folkert: Waar sta je over vijf jaar met het bedrijf, CFSS?

Henk: Mijn droom is dat het dan 100 van die units zijn. 

Folkert: Van die SFU’s waar die tempe wordt gemaakt?

Henk: Ja, door de jaren heen.

Folkert: Hoe ga je dat bereiken?

Henk: Door hard werken en een goed team opbouwen. Goede mensen vinden in India. Ik ben daar een directeur aan het zoeken die die kaart kan trekken. Je moet een heel team gaan opbouwen op het gebied van inkoop, verkoop, kwaliteit. Ik denk dat het heel belangrijk is dat je zoekt naar hele goede mensen die ook internationaal kunnen denken, die ook met ons goed kunnen communiceren. Dat is een heel belangrijk punt in India dat je mensen hebt die internationaal ervaring hebben. 

Folkert: Hoe pak je dat aan dan? Hoe zorg je ervoor dat je de juiste mensen gaat vinden? 

Henk: Dat moet je met lokale recruiters doen of via via mensen die je goed kent. Dat doe ik ook. Ik heb het ook uitstaan bij mensen die ik in de loop der jaren heb leren kennen. 

Folkert: Is het voor jou ook in corona tijd niet essentieel, want je kan er niet heen maar om daar te zijn? 

Henk: Ja, eigenlijk wel maar dat kan niet. Ik zou daar ook nu moeten zitten eigenlijk. Ik had gepland om daar nu te zijn. Het is belangrijk om daar te zijn. Wat ook belangrijk is om dat ook te kunnen bereiken is dat je ook bezig houdt met het detail. Je kan dat niet laten gaan. Je moet er echt bovenop zitten in India. Dat is een beetje het punt. Als je er bent is iedereen heel actief en als je weg bent dan stopt er heel veel dingen. 

Folkert: Henk, zou je zeggen dat dat ook een van jouw business tips is? Ik vraag altijd naar de drie belangrijkste business tips aan de ondernemers. Het vinden van lokale mensen om in jouw geval een goede directeur te kunnen vinden. 

Henk: Ik denk dat de lokale partners heel belangrijk zijn. Dat hebben we ook in de afzet. Dus niet alleen in het zoeken van mensen maar ook in de verkoop, retail en foodservice hebben we een lokale partner die de exclusieve verkoop heeft van onze producten. 

Folkert: Hebben jullie dat door schade en schande geleerd? Deden jullie dat vroeger anders of wist je vroeger al je moet lokale mensen vinden. 

Henk: Nou, in India wist ik wel omdat daar de cultuur zo verschrikkelijk verschilt van onze cultuur. Dus dat het dan heel belangrijk is om goede lokale partners te hebben. In iedere seminar in India wordt ook gezegd zoek een goede lokale partner. 

Folkert: Praktijk wijst dat ook wel uit. 

Henk: Daar ben ik het wel mee eens. Dat maakt het ook gelijk heel spannend. Want je ziet ook heel veel dingen fout gaan in India met partners. Dat ze heel enthousiast beginnen en in de loop van de jaren het helemaal mis gaat. Dat komt heel veel voor in India. Dat is ook wel een aandachtspunt dat je er heel goed naar kijkt. 

Folkert: De tweede internationale business tip?

Henk: Dat heeft er ook mee te maken dat je een goede exit clausule hebt, dat je er makkelijk mee kan stoppen weer. Dus je zoekt een goede partner maar je moet het wel zodanig regelen dat je er ook wel mee kan stoppen.

Folkert: En bedoel je dan bijvoorbeeld een contract opstellen, zet het zwart op wit? 

Henk: Ja, goed op papier zetten. Het is heel belangrijk dat je dingen heel goed op papier zet omdat je heel snel misverstanden hebt. Dat geldt eigenlijk ook voor iedere business en dat geldt ook wel voor hier. Maar in India denk ik dat het heel belangrijk is om goede afspraken te hebben en die goed vast te leggen met elkaar. En nog een tip is klein beginnen dus niet te groot denken. En denken dit is een groot land dus ik ga hier een enorme fabriek neerzetten en het eventjes regelen hier. Dan kan je beter klein beginnen, stapje voor stapje. 

Folkert: Zie je het misgaan bij mensen die ook de stap zetten naar het buitenland? 

Henk: Ja, er zijn natuurlijk best veel grote ondernemingen die daar nog steeds geen winst maken, omdat ze dat toch onderschatten. Het is een moeilijke markt. Ik denk inderdaad door klein te beginnen kan je veel leren en als het dan fout gaat dan is dat niet zo erg. Dan schud je een keer en ga je weer verder. Maar als je natuurlijk veel grote investeringen maakt in het aanpakken dan kan je niet zo makkelijk stoppen of veranderen. 

Folkert: Henk, tot slot je bent een door de wol geverfde, internationale ondernemer. Je hebt veel succes in jouw carrière tot nu toe. CFSS is nu nog klein maar gaat zeker groeien. Dat succes, heb je dat te danken aan je harde werken, je intelligentie en je doorzettingsvermogen of eigenlijk gewoon aan geluk? 

Henk: Alletwee denk ik. Ik denk dat doorzettingsvermogen heel belangrijk is. Dat je dus visie hebt en dat je die vast moet houden. Dat heb ik altijd gedaan. Ik had toen een visie in 1990 en dat ging natuurlijk heel moeilijk in het begin. Want je was een vreemde snuiterd die dat deed en dat paste niet in de cultuur van toen. Maar als je een visie hebt en je houdt die vast dan denk ik dat dat een heel belangrijk aspect is om niet te snel op te geven. Gewoon doorgaan en hard werken en vasthouden aan je visie dan kan je denk ik wel wat dingen bereiken. Wat ook belangrijk is om jezelf te blijven, dat mensen weten wat ze aan je hebben. Je moet je nooit mooier voordoen dan je bent, je bent gewoon hoe je bent. Misschien een beetje een rare tip maar ik vaar daar wel bij om gewoon te zijn wie ik ben. En dan merk je dat dat ook werkt in business doen. Vertrouwen. En ook als je fouten maakt moet je dat ook gewoon ruiterlijk toegeven en proberen fouten te herstellen. In iedere business relatie kunnen fouten gemaakt worden en als je dat goed oplost dan kom je er soms sterker uit. Dat geldt overal maar dat geldt zeker ook in India, denk ik. 


Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *